Hof 's-Hertogenbosch 22-06-2004, JAR 2004, 237


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 237.

De werknemer was bij de werkgever werkzaam als Manager Overseas Projects Departments. In de periode van zaterdag 14 februari 1998 tot en met woensdag 18 februari 1998 nam hij deel aan een technical meeting, die werd georganiseerd om personeel op managementniveau werkzaam in Nederland en in (gelieerde) bedrijven van de werkgever in Ivoorkust, nader met elkaar te laten kennismaken. Op zondag 15 februari 1998 is een tochtje gemaakt naar het strand in Assinië. De werknemer is daarbij in zee gegaan. Terwijl hij met de rug naar de oceaan tot op kniehoogte in het water stond te praten met een collega, sloeg er een krachtige golf tegen hem aan, waardoor hij is komen te vallen. De werknemer heeft daarna in toenemende mate hoofdpijn gekregen. Hij bleek nekletsel (whiplash) te hebben opgelopen, tengevolge waarvan hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geraakt. De werknemer heeft de werkgever voor zijn letsel aansprakelijk gesteld op de grond dat deze had moeten waarschuwen voor de onderstroom en mogelijk zelfs het strandbezoek uit het programma had moeten laten. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen op de grond dat de deelname aan het sociaal programma niet viel aan te merken als het uitoefenen van werkzaamheden. Op het hoger beroep van de werknemer overweegt het hof dat art. 7:658 BW wel van toepassing is, omdat het uitstapje naar het strand deel uitmaakte van het programma van die week en, hoe luchtig ook, niet vrijblijvend was, met name niet voor de werknemer die, gelet op zijn functie, het goede voorbeeld diende te geven. Op het programma stond ook aangegeven dat pas de avond vanaf 20.00 uur "libre" was. Naar het oordeel van het hof is de werkgever echter niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht als bedoeld in art. 7:658 BW. Op de werkgever rustte geen bijzondere inventarisatie- en waarschuwingsplicht met betrekking tot alle mogelijke gevaren verbonden aan een dagje uit naar een strand in een toeristisch oord als Assinië, aangezien dit geen bijzondere gevaren met zich bracht, anders dan het van algemene bekendheid zijnde feit dat in de zee, en zeker in de Oceaan, onderstromen voorkomen. Meer in het bijzonder hoefde van de werkgever niet gevergd te worden dat hij een volwassen 49-jarige werknemer met een verantwoordelijke internationale managementfunctie waarschuwde voor alle denkbare gevaren van pootje baden in de branding van de Atlantische Oceaan. De werkgever is ook niet aansprakelijk op grond van art. 7:611 BW. Het ongeval is het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De gevolgen daarvan komen niet voor risico van de werkgever, temeer niet nu hij de noodzakelijke zorgvuldigheid heeft betracht door voor zijn werknemers een…

Terug naar overzicht