Hof 's-Hertogenbosch 22-08-2000, JAR 2000, 207


Directeur. Ziekte. Kennelijk onredelijk ontslag. Smartengeld.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 207.

(Hoger beroep van Pres Rb Breda 15-02-2000, JAR 2000, 76). Een directeur, 59 jaar oud, 37 jaar in dienst wordt ontslagen omdat hij vertrouwelijke informatie met een derde zou hebben besproken. Hij vordert in kort geding doorbetaling van salaris met een beroep op nietigheid van het ontslag omdat hij ten tijde van het ontslagbesluit door de algemene vergadering van aandeelhouders ziek was en subsidiair een voorschot op schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Zowel de president als het Hof in hoger beroep verwerpen het beroep op het opzegverbod tijdens ziekte, omdat de ziekte intrad na het moment waarop de aandeelhoudersvergadering was uitgeschreven, naar analogie met art. 7:670 lid 1 BW. Wel acht het Hof voorshands aannemelijk dat het ontslag in een bodemprocedure kennelijk onredelijk zal worden geoordeeld gelet op de leeftijd, de lange duur en de goede staat van het dienstverband, terwijl het bewuste gesprek geen nadelige gevolgen heeft gehad. Het Hof wijst als voorschot toe NLG 100.000,-- bruto. Het Hof acht onvoldoende aannemelijk dat de werkgever ten aanzien van de berichtgeving in de pers een zodanig verwijt gemaakt kon worden dat dat aanspraak geeft op vergoeding van immateriële schade.

Verder lezen
Terug naar overzicht