Hof 's-Hertogenbosch 26-04-1999, JAR 1999, 130


Directeur. Kennelijk onredelijk ontslag. Ziekte. Gefixeerde schadevergoeding.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 130.

Een 48-jarige statutair directeur met een dienstverband van nog geen drie jaar, wordt per 1 juli 1991 ontslagen en op 16 juli 1991 ontbindt de rechtbank de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk met een vergoeding van NLG 50.000,--. Zowel de werknemer als de werkgever gaan in hoger beroep. De werknemer stelt dat hij ten tijde van de ontslagaanzegging arbeidsongeschikt was. Het Hof wijst het beroep op ontslagbescherming bij ziekte bij tussenvonnis af. De werknemer brengt daarop opnieuw een medisch rapport in, waaruit zou blijken dat de werknemer arbeidsongeschikt was. Het Hof overweegt dat bij wijze van uitzondering kan worden teruggekomen op een eindbeslissing, onder andere indien er sprake is van een nieuwe omstandigheid. Hierbij gaat het om een medisch rapport dat geen nieuwe gegevens bevat maar een nieuwe interpretatie van reeds bekende feiten. Het rapport is dan ook gemaakt naar aanleiding van het tussenarrest en is blijkbaar bedoeld als een verkapt hoger beroep. Het Hof ziet dan ook geen enkele reden, ook niet inhoudelijk, om terug te komen op de beslissing dat de werknemer niet ziek was ten tijde van het ontslag. Bovendien heeft de werknemer tot aan zijn ontslag normaal gewerkt en was niet kenbaar dat hij leed aan een aandoening die hem arbeidsongeschikt zou maken. Met betrekking tot de kennelijke onredelijkheid van het ontslag onderschrijft het Hof in grote lijnen de overwegingen van de rechtbank. Echter gezien het feit, dat het initiatief tot indienstneming van de werknemer van de werkgever is uitgegaan, had de werkgever zich de belangen van de werknemer ten tijde van het ontslag moeten aantrekken. Het eerder gedane aanbod van NLG 16.300,-- (drie maanden loon bovenop de opzegtermijn) acht het Hof redelijk, nu de werknemer pas drie maanden later ander werk heeft gevonden. Daarnaast rechtvaardigt het aspect van de voorgewende reden een aanvullende schadevergoeding van NLG 2.500,--. Het Hof vernietigt het vonnis voor zover een schadeloosstelling van NLG 50.000,-- is toegekend en veroordeelt de werkgever wegens kennelijke onredelijkheid tot een schadevergoeding van NLG 18.800,--. Het Hof bekrachtigt het vonnis voor het overige.

Terug naar overzicht