Hof 's-Hertogenbosch 27-04-2004, JAR 2004, 132


Bedrijfsongeval. Aansprakelijkheid werkgever.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 132.

De werkneemster is op 11 november 1998 betrokken geweest bij een verkeersongeval in Duitsland, toen zij als mede-inzittende in de door de directeur van haar werkgever bestuurde personenauto, op weg was naar een nevenvestiging van het bedrijf in Oostenrijk. Het ongeval is veroorzaakt door een Duitse auto die de auto van de directeur van achteren heeft aangereden. De directeur treft geen verwijt van het ongeval. De werkneemster heeft door het geval een post whiplash syndroom opgelopen. Zij is sinds 16 november 2000 volledig arbeidsongeschikt. De WA verzekeraar van de Duitse automobilist heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en heeft (een deel van) de schade van de werkneemster vergoed. De werkneemster stelt echter geen volledige schadevergoeding te hebben verkregen omdat schade, bestaande uit niet medisch objectiveerbare klachten zoals whiplashachtige trauma's, naar Duits recht niet wordt erkend. De werkneemster heeft wel nog uitkeringen gekregen op grond van de door de werkgever afgesloten reisverzekering en ongevallenverzekering. Zij heeft de werkgever aanvankelijk op grond van art. 7:658 BW aansprakelijk gesteld voor haar restschade. Deze vordering is door de kantonrechter afgewezen. In hoger beroep heeft de werkneemster de grondslag van haar vordering gewijzigd en heeft zij zich gebaseerd op art. 7:611 BW en/of art. 6:248 BW. Zij stelt daartoe dat de werkgever op grond van de jurisprudentie een risicoaansprakelijkheid heeft voor verkeersongevallen van werknemers. Het hof overweegt dat de wetgever bij de invoering van art. 7:658 BW geen risicoaansprakelijkheid voor de werkgever heeft willen invoeren. De werkgever kan evenwel onder omstandigheden jegens zijn werknemer aansprakelijk worden gehouden voor diens schade, ook als niet aan de vereisten voor art. 7:658 BW is voldaan (HR 12-01-2001, Vonk/Van der Hoeven, RvdW 2001, 31, JOL 2001, 26, NJ 2001, 253, JAR 2001, 24, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 9). In dit verband moet mede betekenis worden gehecht aan het inmiddels ingetrokken wetsvoorstel inzake de aansprakelijkheid voor verkeersongevallen waarin een risicoaansprakelijkheid werd voorgesteld voor de schade van een werknemer die in de uitvoering van zijn werkzaamheden een motorrijtuig bestuurt dat betrokken is bij een verkeersongeval. De ratio van dat wetsvoorstel was de wenselijkheid dat een werknemer die in het kader van zijn werkzaamheden een auto bestuurt voor zijn werkgever, die profiteert van deze activiteit, schade vergoed krijgt van zijn werkgever, behoudens opzet of bewuste roekeloosheid van zijn kant. In onderhavig geval is evenwel sprake van een werkneemster die als mede-inzittende een ongeval is overkomen. In een dergelijk geval heeft de werkneemster de bescherming die iedere passagier of ongemotoriseerde in het verkeer geniet…

Terug naar overzicht