Hoge Raad 03-01-2001 (Staatssecretaris/X), JAR 2001, 57


Aansprakelijkheid werkgever (voor boetes wegens snelheidsovertredingen door werknemers). Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 57.

De werkgever drijft een onderneming met als activiteiten distributie, overslag en expeditie. Het bedrijf heeft ongeveer 100 vrachtauto's op de weg. Met elke vrachtauto wordt jaarlijks meer dan 100.000 kilometer gereden. De chauffeurs van deze vrachtwagens van de werkgever lopen jaarlijks boetes op, onder meer wegens overtreding van de maximum snelheid. Op grond van art. 5 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) is aan de werkgever als kentekenhouder een aantal administratieve sancties opgelegd. Deze boetes heeft de werkgever niet op zijn chauffeurs verhaald. Hij stelt dat de chauffeurs vaak gehaast zijn vanwege de files en de werkdruk in verband met de hevige concurrentie in de branche. De inspecteur is van mening dat de werkgever persoonlijke schulden van zijn werknemers heeft voldaan zodat de betreffende bedragen tot het loon dienen te worden gerekend. Het hof heeft de stelling van de inspecteur dat de sancties verhaalbaar waren op de betrokken werknemers verworpen. De Hoge Raad overweegt dat de vraag of een kentekenhouder een aan hem opgelegde administratieve sanctie kan verhalen op de bestuurder die feitelijk het verkeersvoorschrift heeft overtreden, wordt beheerst door regels van het burgerlijk recht. Ingevolge art. 7:661 lid 1 BW (voorheen art. 7A:1639da BW) dient de werkgever de aan hem of aan derden door de schuld van de werknemer bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst toegebrachte schade in beginsel zelf te dragen. Hiermede strookt dat de schade als gevolg van aan de werkgever opgelegde administratieve sancties ter zake van door de wetgever als betrekkelijk lichte overtredingen beschouwde gedragingen als bedoeld in de WAHV, door een werknemer bij de uitvoering van zijn werkzaamheden gepleegd met een door de werkgever ter beschikking gesteld motorvoertuig, behoudens indien zich een van de in art. 7:661 BW genoemde uitzonderingen voordoet, eveneens door de werkgever dient te worden gedragen en door deze niet op de werknemer kan worden verhaald

Terug naar overzicht