Hoge Raad 10-09-1999 Smilde/Keizer, RvdW 1999, JOL 1999, 21, JOL 1999, 21, JAR 1999, 233


CAO. Loon. Ziekte. Overwerk.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 233.

Een arbeidsongeschikte chauffeur, die structureel overwerk verricht, vordert een aanvulling op zijn ziektewetuitkering. Op grond van de algemeen verbindend verklaarde CAO heeft een werknemer, die ten gevolge van ziekte niet in staat is zijn arbeid te verrichten, recht op aanvulling van zijn ziektewetuitkering tot 100% van zijn netto inkomen. Er bestaat een geschil over de vraag of dit netto inkomen inclusief of exclusief de (structurele) overwerkvergoeding is. De kantonrechter is van oordeel dat onder "zijn normale arbeid" niet alleen moet worden verstaan de arbeid gedurende de normale werkweek van 40 uur, maar ook de arbeid gedurende de structurele overuren. Daaruit volgt dat het netto inkomen tevens het loon voor de structurele overuren betreft. De rechtbank deelt dit oordeel en bekrachtigt het (tussen)vonnis van de kantonrechter. Het OM overweegt dat bepalingen van een CAO zijn aan te merken als recht in de zin van art. 99 RO, indien de desbetreffende bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard. Voor de uitleg van de CAO-bepalingen geldt niet het Haviltex-criterium, maar dient in beginsel doorslaggevende betekenis te worden toegekend aan de bewoordingen van de betreffende bepaling, gezien in het licht van de gehele tekst van de CAO. Het OM is van oordeel dat indien de in de CAO bedongen suppletie, gecombineerd met het ziekengeld, als vervangend inkomen wordt beschouwd, er geen reden is het structurele overwerk uit de berekening weg te laten. De Hoge Raad deelt de conclusie van het OM en verwerpt het beroep.

Terug naar overzicht