Hoge Raad 13-10-2000 (Arcos/Koolman), JAR 2000, 236


Ziekte. Ontslag op staande voet.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 236.

Een werknemer, negen jaar in dienst als lasser, wordt op staande voet ontslagen omdat hij voor zijn eigen bedrijf zware hijswerkzaamheden heeft verricht, terwijl hij wegens rugklachten arbeidsongeschikt was. De werknemer betwist de dringende reden en vordert doorbetaling van loon. Het Gerecht in eerste aanleg (Aruba) wijst de vordering af in tegenstelling tot het Hof. Het Hof is van oordeel dat het feit dat de werknemer voor zichzelf zware hijswerkzaamheden heeft verricht, voor de werkgever wellicht aanleiding zou kunnen zijn hem te sommeren onmiddellijk zijn werkzaamheden te hervatten of zich te onderwerpen aan een medische herkeuring. Het feit kan echter niet worden aangemerkt als een dringende reden voor ontslag op staande voet. Vast staat dat de werknemer arbeidsongeschikt was en voor zover de werkgever heeft willen aanvoeren dat de werknemer door opzet of roekeloosheid niet in staat was de bedongen arbeid te verrichten, dan heeft hij onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan dit kan worden vastgesteld. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep onder andere overwegende dat het Hof niet een algemeen oordeel heeft gegeven dat genoemde feiten en omstandigheden geen dringende reden kunnen opleveren voor een ontslag op staande voet. Het Hof heeft slechts een oordeel gegeven over de vraag of de gestelde feiten en omstandigheden een dringende reden opleveren. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.

Terug naar overzicht