Hoge Raad 15-06-2001 (X/KLM), JOL 2001, 373


Ontbinding gewichtige redenen. Goed werkgeverschap.

Een purser bij de KLM (meer dan 25 jaar in dienst) is in de veronderstelling dat zij verdacht wordt van drugssmokkel en dat zij maandenlang geschaduwd wordt door politie en rechercheurs. De KLM stelt dat er geen sprake is van politioneel onderzoek en wijst de werknemer erop dat zij zich van verdere uitspraken hierover dient te onthouden. Als het hoofd bedrijfsbeveiliging op informatie van de bedrijfsarts zich tot de advocaat van de werkneemster wendt (zonder medeweten van de werkneemster) en met ontslag van de werkneemster dreigt, vordert de werkneemster een verklaring voor recht dat de werkgever door geen excuses aan te bieden respectievelijk geen disciplinaire maatregelen te nemen tegen de betrokken werknemers, in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft geschonden. De kantonrechter wijst de vordering af doch de rechtbank vernietigt het vonnis en verklaart de werkneemster niet-ontvankelijk in haar vordering omdat het belang van de werkneemster is gelegen in het verkrijgen van een schadevergoeding wegens inkomensverlies als gevolg van ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad is van oordeel dat een aantal klachten feitelijke grondslag mist. Daarnaast is de Hoge Raad van oordeel dat de rechtbank de vraag of de werkneemster voldoende belang heeft bij de door haar gevorderde verklaring voor recht niet alleen heeft beoordeeld naar de situatie van het moment van het instellen van de vordering maar ook naar de vaststaande feiten die zich daarna hebben voorgedaan (ontbinding van de arbeidsovereenkomst). Volgens de rechtbank heeft de kantonrechter zijn ontbindings- beschikking doen berusten op het feit dat de werkneemster een procedure aanhangig heeft gemaakt en het feit dat de KLM haar verwijt dat zij aan medewerkers bepaalde mededelingen blijft doen. De gebeurtenissen die twee jaar eerder hebben plaatsgevonden, zijn buiten beschouwing gebleven. De conclusie van de rechtbank dat de arbeidsovereenkomst niet is ontbonden vanwege die gebeurtenissen is derhalve niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad verwerpt het beroep

Terug naar overzicht