Hoge Raad 15-10-1999 Poldervaart/Smit, RvdW 1999, 143, JAR 1999, 275


RDA-vergunning. Schorsing. Loon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 275.

(Cassatie van Rechtbank Rotterdam 18-09-1997, JAR 1997, 212, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1997, blz. 15). Een havensleepdienst besluit in het kader van een reorganisatie 276 werknemers te ontslaan. Op grond van het met de vakverenigingen overeengekomen Sociaal Plan worden de werknemers in afwachting van hun uitdiensttreding op non-actief gesteld en ontvangen zij 85% van het netto salaris. Een werknemer staat op een lijst met werknemers van wie de arbeidsplaats komt te vervallen. Met een beroep op het anciënniteitsbeginsel vordert hij veroordeling van de werkgever hem van deze lijst te schrappen en te werk te stellen en doorbetaling van loon. De kantonrechter wijst de vordering tot werkhervatting af en die tot doorbetaling van loon toe, overwegende dat de werknemer ten onrechte op de lijst is geplaatst. De rechtbank vernietigt het vonnis, verklaart de werknemer niet-ontvankelijk en veroordeelt hem tot terugbetaling van hetgeen op grond van het vonnis van de kantonrechter is betaald. De rechtbank overweegt dat op grond van het gesloten stelsel van het ontslagrecht de RDA toetst of er reden is ontslagvergunning te verlenen. De werknemer kan na ontslagverlening hier tegen opkomen op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Het oordeel van de kantonrechter dat de werknemer ten onrechte op de lijst is geplaatst is dus voorbehouden aan de RDA in het kader van de ontslagprocedure. De Hoge Raad overweegt dat de RDA weliswaar beslist op verzoeken tot ontslagvergunning maar met loonvorderingen, ongeacht de grond, niet van doen heeft. Het oordeel van de rechtbank dat de rol van de RDA een loonvordering (betreffende de periode dat de werknemer op non-actief is gesteld in afwachting van de RDA-vergunning) in de weg staat, is dus onjuist. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak naar het Hof.

Terug naar overzicht