Hoge Raad 17-11-2000 (Rozenkwekerij X/Y), JOL 2000, 573


Ontslag op staande voet. Voorwaardelijke ontbinding gewichtige redenen. Bewijs.

Een tuindersknecht (bijna vier jaar in dienst, salaris NLG 2.965,30 bruto per maand) wordt op staande voet ontslagen omdat hij zonder uitdrukkelijke toestemming eerder van het werk is vertrokken (om 14.00 uur) vanwege een afspraak bij de fysiotherapeut (om 19.00 uur). Bovendien heeft de werknemer in het verleden zich niet tijdig ziek gemeld en zijn werk niet tijdig hervat als hij weer arbeidsgeschikt was verklaard. De werknemer vordert een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst voortduurt en doorbetaling van loon. De arbeidsovereenkomst wordt vervolgens voorwaardelijk ontbonden. In de bodemprocedure acht de kantonrechter de werkgever geslaagd in het bewijs dat de werknemer ondanks dat hij geen toestemming had, het werk om 14.00 uur heeft verlaten en wijst de vordering af. De rechtbank vernietigt het vonnis en wijst de vordering van de werknemer toe omdat de dringende reden niet is komen vast te staan, aangezien de verklaring van de werkgever (die als statutair directeur als partijgetuige dient te worden aangemerkt) lijnrecht tegenover die van de werknemer staat en de andere redenen over het te laat komen, het niet tijdig ziek melden respectievelijk werk hervatten, onvoldoende zwaarwegend zijn. Volgens het OM berust dit laatste oordeel op waardering van de feiten hetgeen is voorbehouden aan de rechter. Er is geen sprake van onvoldoende motivering respectievelijk van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad volgt de conclusie van het OM en verwerpt het beroep met toepassing van art. 101a RO.

Terug naar overzicht