Hoge Raad 22-06-2001 (Van der Kooy/Van der Velden), RvdW 2001, 116, JOL 2001, 388, NJ 2001, 475, JAR 2001, 130


Ontbinding gewichtige redenen. Hoger beroep ontbinding. Ziekte (geen reïntegratieplan).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 130.

Een werkgever verzoekt ontbinding arbeidsovereenkomst van een arbeidsongeschikte werknemer wegens primair een dringende reden en subsidiair verandering van omstandigheden. Bij het verzoekschrift was geen reïntegratieplan gevoegd. De kantonrechter wijst het verzoek toe op grond van de dringende reden, zonder in te gaan op het verweer van de werknemer dat de werkgever niet-ontvankelijk verklaard diende te worden nu geen reïntegratieplan bij het verzoekschrift was overgelegd. De rechtbank verklaart het hoger beroep ongegrond op de grond dat de kantonrechter niet buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW is getreden. De Hoge Raad verwerpt de daartegen gerichte klacht. In een overweging ten overvloede laat de Hoge Raad zich uit over de vraag of in beginsel steeds wanneer de werknemer ten tijde van het indienen van het ontbindingsverzoek ziek is, een reïntegratieplan moet worden overgelegd. Na een beschouwing omtrent de ontstaansgeschiedenis van het verplichte reïntegratieplan besluit de Hoge Raad met de overweging dat deze ontstaansgeschiedenis in aanmerking genomen, niet kan worden geoordeeld dat genoemde opvatting van de regering bepalend dient te zijn voor het antwoord op de vraag of het ontbreken van een door het Lisv getoetst reïntegratieplan in alle gevallen moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van de werkgever in zijn verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die op de dag van ontvangst van het verzoekschrift ter griffie door ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten. Een redelijke, op de eisen van de (ontbindings)praktijk afgestemde en met de ratio van genoemde procedureregel strokende uitleg brengt mee dat niet-ontvankelijkheid achterwege dient te blijven niet alleen in het geval van HR 29-09-2000 (Kuijper/ING, RvdW 2000, 194, JOL 2000, 449, JAR 2000, 224, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 195), maar ook in die gevallen waarin reïntegratie van de werknemer naar het oordeel van de rechter niet aan de orde kan komen, waaronder het geval dat de verhouding werkgever/werknemer onherstelbaar is verstoord en het geval van ontbinding in verband met bedrijfsbeëindiging

Verder lezen
Terug naar overzicht