Hoge Raad 24-09-1999 Welgelegen c.s./De Bonden, RvdW 1999, 131, JAR 1999, 214, NJ 1999, 737


Gratificatie (winstuitkering). Staking. Vakvereniging.

Zie voor de complete uitspraak JAR 1999, 214.

(Hoger beroep van Rechtbank Leeuwarden 22-10-1997, JAR 1998, 51, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 144). Een werkgever verbindt aan de uitbetaling van de winstuitkering de voorwaarde dat er niet gestaakt mag zijn in het betreffende jaar. Als de werkgever over 1991 geen winstuitkering betaalt omdat er gestaakt is, vorderen twee vakverenigingen een verklaring voor recht dat de werkgever niet gerechtigd is een dergelijke voorwaarde aan de winstuitkering te verbinden en uitbetaling van de winstuitkering. De kantonrechter wijst de vorderingen af in tegenstelling tot de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat door het recht op winstuitkering afhankelijk te stellen van het niet-staken op voorhand financiële druk wordt uitgeoefend om geen gebruik te maken van het stakingsrecht. Deze beperking van het stakingsrecht valt niet onder de door het Europees Sociaal Handvest toegestane beperkingen en is dus in strijd met art. 6 lid 4 ESH. De werkgever stelt dat het niet uitkeren van een deel van het loon, waaronder winstuitkering, niet meebrengt dat het recht op staking wordt beperkt, omdat ingeval van staking een werkgever ook geen loon verschuldigd is voor de duur van de staking. De Hoge Raad overweegt dat in dat geval het loon wordt uitgesloten voor de tijd gedurende welke de werknemer de bedongen arbeid niet heeft verricht. Het niet uitkeren van de winstuitkering in geval van staking houdt echter geen enkel verband met de duur van de staking. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Terug naar overzicht