Hoge Raad 26-05-2000 (ANF/FNV), RvdW 2000, 142, JOL 2000, 319, JAR 2000, 151, NJ 2000, 473


Sociaal plan. CAO.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 151.

Een werkgever besluit tot reorganisatie en komt met de vakvereniging een sociaal plan overeen. Op grond hiervan sluit een uitzendbureau bemiddelingsovereenkomsten met boventallige werknemers voor de duur van de WW-periode en vult de werkgever de inkomsten uit tijdelijk werk respectievelijk de WW-uitkering aan tot 100%. De werkgever stelt dat het gaat om de loongerelateerde WW-periode ex art. 42 WW en niet om de vervolguitkeringsperiode. De vakvereniging vordert daarop een verklaring voor recht dat de werkgever in strijd handelt met het sociaal plan. De kantonrechter is van oordeel dat een redelijke uitleg van het sociaal plan in beginsel meebrengt dat de werkgever ook de vervolguitkering van de werknemers dient te suppleren tot 100%. Hij draagt de werkgever op te bewijzen dat partijen een andere bedoeling hebben gehad. De kantonrechter acht de werkgever geslaagd in het bewijs en wijst de vordering af in tegenstelling tot de rechtbank. Volgens de rechtbank doet het er niet toe of het sociaal plan als een CAO moet worden beschouwd. Het gaat bij de uitleg van een bepaling van het sociaal plan niet alleen om de wijze van uitleg die specifiek is voor een CAO. In situaties waarin derden aan een overeenkomst rechten jegens één van de partijen kunnen ontlenen, gaat het er niet om wat partijen over en weer van elkaar hebben mogen begrijpen, maar wat de derde heeft mogen begrijpen uit de wijze waarop hij in kennis is gesteld van de overeenkomst. Onder verwijzing naar zijn arrest van 17 september 1993 (RvdW 1993, 177, JAR 1993, 234, NJ 1994, 173, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1993, blz. 49) overweegt de Hoge Raad dat individuele werknemers niet betrokken zijn bij de totstandkoming van een CAO en een individuele werkgever ook niet altijd, op grond waarvan zij voor uitleg van de bepalingen mogen afgaan op de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van de CAO. De Hoge Raad stelt dat een sociaal plan een CAO kan zijn, maar ook als dat niet het geval is, er toch sprake is van een zodanige gelijkenis, dat bovengenoemde regel van toepassing is. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in het midden kan blijven of het sociaal plan als een CAO moet worden aangemerkt. Niet kan worden aanvaard dat een in het sociaal plan opgenomen bepaling op verschillende wijze zou moeten worden uitgelegd, al naar gelang wie als wederpartij van de werkgever zal optreden, een vakvereniging of een individuele werknemer, zodat de in het arrest van 1993 geformuleerde regel niet buiten toepassing dient te blijven omdat het geschil over de uitleg van een bepaling van een sociaal plan is gerezen tussen partijen die bij de totstandkoming daarvan waren betrokken. …

Terug naar overzicht