Hoge Raad 28-06-2000 (H/H), RvdW 2000, 164, NJ 2000, 556


Directeur (ontslag). Enquêterecht.

In een conflict binnen een familievennootschap oordeelt de Ondernemingskamer dat er sprake is van wanbeleid en schorst bij wege van voorlopige voorziening één van de directeuren en ontslaat vervolgens de directeur met terugwerkende kracht tot de schorsingsdatum wegens wanbeleid. De klacht in cassatie dat het ontslag ten onrechte met terugwerkende kracht is gegeven wordt door de Hoge Raad verworpen. Het ontslag door de Ondernemingskamer betreft alleen het ontslag als bestuurder van de vennootschap, maar heeft niet tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst (met terugwerkende kracht) is beëindigd. Ontslag met terugwerkende kracht was mogelijk omdat de Ondernemingskamer niet gebonden is aan wettelijke of statutaire bepalingen terzake van het ontslag van bestuurders, maar haar bevoegdheid ontleent aan de artt. 2:355 en 2:356 BW.

Verder lezen
Terug naar overzicht