Hoge Raad 29-09-2000 (Kuijper/ING), RvdW 2000, 194, JOL 2000, 449, JAR 2000, 224


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen. Ziekte (geen reïntegratieplan overgelegd). Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 224.

(Zie voorgeschiedenis hieronder Rechtbank Leeuwarden 17-11-1999, Prg. 2000, 5392, JAR 2000, 38). Een werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een arbeidsongeschikte werknemer zonder een reïntegratieplan over te leggen. De werknemer dient geen verweerschrift in en verschijnt niet op de mondelinge behandeling. De kantonrechter wijst het verzoek toe en ontbindt de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht. De werknemer gaat in beroep wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor. De rechtbank acht de werknemer ontvankelijk en het beginsel inderdaad geschonden. De rechtbank acht ook de werkgever ontvankelijk in het ontbindingsverzoek ondanks het ontbreken van een reïntegratieplan, omdat de werknemer zich categorisch aan controle heeft onttrokken. De rechtbank vernietigt de beschikking van de kantonrechter en ontbindt de arbeidsovereenkomst alsnog met onmiddellijke ingang zonder toekenning van een vergoeding (C=0) gezien de verwijtbaarheid aan de kant van de werknemer. De Hoge Raad oordeelt dat tegen de ontvankelijkheidsbeslissing in verband met het ontbreken van een reïntegratieplan geen hoger beroep openstaat, omdat dit voorschrift in lid 1 van art. 7:685 BW zelf is opgenomen. De Hoge Raad is met de rechtbank van mening dat de werknemer de werkgever in staat moet stellen te beoordelen of de werknemer ten tijde van het indienen van het ontbindingsverzoek inderdaad ziek was. Indien de werknemer dit stelselmatig nalaat, brengt een redelijke uitleg van art. 7:685 lid 1 BW met zich mee dat er geen plaats is voor niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van een reïntegratieplan. Ten aanzien van het incidentele beroep achten zowel het OM als de Hoge Raad het geenszins onbegrijpelijk dat de rechtbank heeft geoordeeld dat de kantonrechter het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door te ontbinden terwijl er niets van de werknemer was vernomen en hij slechts per gewone post was opgeroepen. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Terug naar overzicht