Hoge Raad 29-09-2000 (Reesink/Sociaal Comité), RvdW 2000, 195, JOL 2000, 453, JAR 2000, 222


CAO. Vakvereniging.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 222.

(Zie voorgeschiedenis Hof 's-Gravenhage 17-09-1998, JAR 1998, 226, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 65). Een werkgeversvereniging verzoekt de minister een CAO algemeen verbindend te verklaren. De minister verzoekt om de juiste gegevens, ondersteund door een accountantsverklaring. Als de werkgeversvereniging een representativiteitscijfer van 51,69% presenteert, verzoekt een werkgever, die geen lid is van de werkgeversvereniging, verstrekking van de gegevens. De werkgeversorganisatie weigert dit en de werkgever wendt zich tot de minister die de gegevens verstrekt. Vervolgens vordert de werkgever in kort geding inzage in de stukken om de representativiteit te kunnen vaststellen. Volgens de werkgever gaat de minister bij de beoordeling of voldaan wordt aan deze eis af op de aan hem gepresenteerde cijfers. Er vindt geen toetsing plaats. De president overweegt dat de werkgever belang heeft bij inzage in de gegevens en wijst de vordering toe. Het Hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering af. De Hoge Raad is van oordeel dat het Hof de vordering terecht heeft afgewezen ongeacht de daarvoor aangevoerde gronden, omdat noch de Wet AVV noch enige andere wetsbepaling of het ongeschreven recht een grondslag biedt voor de door de werkgever ingestelde vordering.

Terug naar overzicht