HR 01-02-2002 (Monte/De Bank), RvdW 2002, 24, JOL 2002, 62, NJ 2002, 607, JAR 2002, 45


Directeur. Ontbindende voorwaarde.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 45.

(Antilliaanse zaak, zie voorgeschiedenis Hof Nederlandse Antillen en Aruba 07-03-2000, NJ 2000, 425, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2000, blz. 262). Een werknemer van een bank is bij landsbesluit ontslagen als directeur. Vervolgens is hem medegedeeld dat het ontslag ook impliceert dat de arbeidsverhouding is geëindigd. Centraal staat in de eerste plaats de toepasselijke Centrale Bankstatuut, dat bepaalt dat op voordracht van de RvC de president en de directeur door de gouverneur bij landsbesluit kunnen worden ontslagen. In de tweede plaats is van belang het Reglement arbeidsvoorwaarden directie Bank waarin is bepaald dat het dienstverband van een lid van de directie onmiddellijk eindigt indien een directielid conform het voornoemd Bankstatuut wordt ontslagen. De werknemer acht de ontbindende voorwaarde van het Reglement onverenigbaar met de regels voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Het hof heeft het gevorderde ontzegd, overwegende dat indien sprake zou zijn van een ontbindende voorwaarde, niet valt in te zien dat het Reglement de in het BW neergelegde regels betreffende de beëindiging van een arbeidsovereenkomst op ontoelaatbare wijze doorkruist. De Hoge Raad overweegt het volgende. Vooropgesteld moet worden dat de vraag of een in een arbeidsovereenkomst opgenomen ontbindende voorwaarde rechtsgeldig is, moet worden beoordeeld met inachtneming van de door de Hoge Raad aanvaarde uitgangspunten. De geldigheid van een dergelijke voorwaarde kan slechts bij uitzondering worden aanvaard. Aan het gesloten stelsel van regels met betrekking tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten komt daarbij grote betekenis toe en de vervulling van een ontbindende voorwaarde die redelijkerwijs niet met dit stelsel is te verenigen, zal niet tot een beëindiging van rechtswege van de arbeidsovereenkomst kunnen leiden. Van geval tot geval moet worden bezien in hoeverre de strekking van bedoelde regels tot nietigheid van de ontbindende voorwaarde leidt (vgl. HR 06-03-1992, RvdW 1992, 74, NJ 1992, 509, JAR 1992, 10, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1992, blz. 162, HR 24-05-1996, RvdW 1996, 121, NJ 1996, 685, Prg. 1996, 4575, JAR 1996, 141, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1996, blz. 167 en HR 13-02-1998, RvdW 1998, 44, NJ 1998, 708, JAR 1998, 72, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 198). Het hof heeft onderzocht of deze regels niet op ontoelaatbare wijze worden doorkruist door de in het Reglement voorziene onmiddellijke beëindiging van het dienstverband als gevolg van een bij landsbesluit van de gouverneur aan een directeur van de bank gegeven ontslag. Het hof heeft bij dit onderzoek kennelijk belang toegekend aan de bijzondere aard van de functie van lid van de directie van de bank. Ontslag uit die functie is slechts mogelijk…

Verder lezen
Terug naar overzicht