HR 02-05-2003 (Boudesteijn c.s./ROC), RvdW 2003, 85, JOL 2003, 258, NJ 2003, 442, JAR 2003, 129


Loon. Onderwijs. Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 129.

In juni 1996 zijn de minister van OC&W, de minister van VWS en de Nederlandse Ziekenhuisfederatie overeengekomen dat het inservice-beroepsonderwijs per 1 augustus 1997 zou worden overgeheveld van de (onder VWS ressorterende) zorgsector naar de (onder OC&W ressorterende) onderwijssector. Dienovereenkomstig zijn de arbeidsovereenkomsten van een aantal werknemers, die in 1997 werkzaam waren als docenten verpleegkunde in dienstbetrekking bij diverse inservice-opleidingen in Noord-Holland, per 1 augustus 1997 overgegaan van hun toenmalige werkgevers naar ROC. Deze werknemers hebben ontdekt dat zij sedert de overgang samenwerken met (uit de onderwijssector afkomstige) collega's die dezelfde werkzaamheden verrichten, maar één schaal hoger zijn ingeschaald. De werknemers hebben gevorderd ROC te veroordelen om hun functies in te schalen in functieschaal 11 respectievelijk 12, conform de CAO-BVE met terugwerkende kracht met ingang van 1 augustus 1997. De rechtbank heeft de vordering afgewezen. In cassatie is aan de orde de vraag welk systeem van functiewaardering moet worden toegepast. De Hoge Raad overweegt als volgt. De werkgever heeft als degene die de functie-indeling verricht, binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem een zekere beoordelingsvrijheid. De rechter heeft derhalve slechts te beoordelen of de wetgever binnen deze grenzen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen (vgl. HR 31-05-1991, NJ 1991, 679, HR 27-09-1991, NJ 1991, 788, en HR 14-03-2003, Lemmens/ROC, RvdW 2003, 50, JOL 2003, 155, JAR 2003, 89). De voorvraag óf de werkgever binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem is gebleven, heeft de rechter evenwel ten volle te beoordelen. Dit brengt mee dat ook het oordeel van de rechtbank, luidende "omdat de rechtbank de door ROC toegepaste functie-indeling slechts marginaal kan toetsen, zal zij de vraag of de inschaling van X c.s. heeft plaatsgevonden (of had moeten plaatsvinden) op basis van het zogenoemde BIZA-systeem, dan wel op basis van c.q. vooruitlopend op het FUWA-BVE, onbeantwoord laten", geen stand houdt.

Terug naar overzicht