HR 04-04-2003 (X/NAM), JOL 2003, 199


Bedrijfsongeval. Verjaring.

Een werknemer raakt gewond bij een verkeersongeval op weg naar zijn werk in 1977. Nadat hij in 1978 zijn werk, ondanks klachten, hervat, wordt bij later medisch onderzoek een post-traumatische artrose geconstateerd, waarna de werknemer uiteindelijk in 1997 volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard en in 1999 bij dagvaarding van de werkgever volledige schadevergoeding vordert. De kantonrechter wijst de vordering af nu het ongeval niet als bedrijfsongeval kan worden aangemerkt aangezien het plaatsvond tijdens woon-werkverkeer. In hoger beroep acht de rechtbank de vordering verjaard. Als uitgangspunt voor het aanvangen van een verjaring moet gelden dat de verjaring niet aanvangt zolang de schadepost niet bekend is, doch de verjaring wel aanvangt indien de schadepost op zich bekend is maar de omvang nog niet. De rechtbank oordeelde dat de werknemer in ieder geval in 1989 op de hoogte was van de blijvende aard van zijn letsel en alle schadeposten die in 1977 op de ongevalsdatum bekend waren ingevolge art. 73 Overgangswet jo art. 3:310 BW met ingang van 1 januari 1993 zijn verjaard. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met een verkorte motivering op grond van art. 81 Wet RO.

Terug naar overzicht