HR 04-10-2002 (Excellent/Suares), JOL 2002, 517, NJ 2002, 557, JAR 2002, 260


Bedrijfsongeval. Uitzendarbeid.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 260.

Zie voorgeschiedenis Rechtbank Rotterdam 17-05-2001, Prg. 2002, 5856, hierna). Een werknemer was door een uitzendbureau als uitzendkracht uitgeleend aan een expeditiebedrijf. Bij de uitoefening van zijn werkzaamheden is de werknemer een ongeval overkomen. In cassatie is aan de orde of het uitzendbureau, als werkgever, voor een tekortschieten van het expeditiebedrijf ter zake van de voor hem uit art. 7:658 BW voortvloeiende veiligheidsverplichtingen aansprakelijk is alsof het zijn eigen tekortschieten betrof, in de situatie dat hij de vervulling van die verplichtingen aan het expeditiebedrijf had overgelaten. De Hoge Raad overweegt dat ook onder de werking van art. 7:658 BW geldt dat, wanneer een werkgever zijn werknemer tewerkstelt bij een derde teneinde werkzaamheden ter uitvoering van diens bedrijf te verrichten en daarbij in dier voege gebruik maakt van de hulp van de derde dat hij de zorg voor de veiligheid van de werknemer geheel of gedeeltelijk aan de derde overlaat, hij voor een tekortschieten van de derde in die zorg aansprakelijk is als voor eigen tekortschieten (zie ook HR 15-06-1990, RvdW 1990, 127, NJ 1990, 716).

Terug naar overzicht