HR 04-10-2002 (Laudy/Fair Play), JOL 2002, 514, JAR 2002, 259


Bedrijfsongeval.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 259.

(Zie voorgeschiedenis Rechtbank Maastricht 05-07-2001, Prg. 2001, 5722, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2001, blz. 44). De werkneemster is in de functie van beheerder werkzaam bij de werkgever. Naast het verrichten van kassawerkzaamheden en het houden van toezicht in de speelhal, diende de werkneemster keukenwerkzaamheden uit te voeren. Op 9 december 1996 was de werkneemster werkzaam in het filiaal van de werkgever te Maastricht. Op die dag diende zij te beginnen met de keukenwerkzaamheden, waaronder het snijden en smeren van zachte puntbroodjes. De werkneemster heeft zich bij het doorsnijden van het eerste broodje met een broodmes in de wijsvinger van haar linkerhand gesneden. Zij heeft een zenuw in de radiaire zijde van haar linkerwijsvinger geraakt, waarvoor zij diezelfde dag in het ziekenhuis geopereerd is. Het broodmes was nieuw (of geslepen). De werkneemster wist dit niet. Zij heeft gevorderd te verklaren voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor (de gevolgen van) het bedrijfsongeval. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen. De rechtbank heeft de vordering in hoger beroep afgewezen op de grond dat de werkgever door haar werknemers niet erop te wijzen dat het broodmes nieuw (of geslepen) was, niet tekort is geschoten in zijn zorgplicht als bedoeld in art. 7:658 lid 1 BW. De Hoge Raad stelt voorop dat met art. 7:658 lid 1 BW niet wordt beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van ongevallen die hem kunnen overkomen door het gebruik van de werktuigen en gereedschappen, waarmee de werkgever de arbeid doet verrichten. Deze bepaling heeft de strekking een zorgplicht in het leven te roepen en verplicht de werkgever voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Het oordeel van de rechtbank dat de werkgever door zijn werknemers niet te waarschuwen voor het nieuwe (of geslepen) broodmes niet is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als bedoeld in art. 7:658 lid 1 BW, is niet onbegrijpelijk en behoefde, in aanmerking genomen dat van algemene bekendheid is dat een mes dat geschikt is om zachte puntbroodjes mee te snijden zo scherp is dat de gebruiker daarvan het gevaar loopt zich bij dat werk te snijden, geen nadere motivering dan door de rechtbank is gegeven.

Verder lezen
Terug naar overzicht