HR 07-02-2003 (Humelco/X), JOL 2003, 84


Hoger beroep ontbinding gewichtige redenen. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer. Schadeloosstelling.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, op verzoek van de werknemer, met een vergoeding van NLG 202.000,-- bruto. De rechtbank verwerpt het hoger beroep van de werkgever tegen het toekennen van de vergoeding. De rechtbank overweegt dat de werkgever zijn gestelde schending van fundamentele rechtsbeginselen niet heeft onderbouwd. De grieven zien veel meer op vermeend motiveringsgebrek respectievelijk op de belangenafweging van de kantonrechter en daar mag de rechtbank niet over oordelen. De werkgever gaat in cassatie. Het OM stelt, onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad, dat het rechtsmiddelenverbod alleen in bepaalde gevallen kan worden doorbroken. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de rechter buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW is getreden of dit artikel ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten dan wel essentiële vormen heeft verzuimd. Het rechtsmiddelenverbod geldt ook in cassatie. Omdat uit de beschikking van de rechtbank blijkt dat de werkgever ook in die instantie heeft gesteld dat er sprake is van schending (door de kantonrechter) van fundamentele rechtsbeginselen is de werkgever ontvankelijk in zijn cassatieberoep. Het OM stelt dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat tot veronachtzaming van het beginsel van hoor en wederhoor niet behoort onjuiste feitelijke vaststelling, verkeerde toepassing van de wet en het niet vermelden van de redenen. Rechtsen motiveringsklachten die wel opgaan als van een rechtsmiddelenverbod geen sprake is, zijn op zichzelf niet genoeg als de wetgever hoger beroep en cassatie niet gewild heeft. Het OM concludeert dat er geen sprake is van schending van enig rechtsbeginsel en de Hoge Raad volgt deze conclusie zonder nadere motivering op grond van art. 81 Wet RO.

Terug naar overzicht