HR 09-08-2002 (De Bont/Oudenallen), RvdW 2002, 130, JOL 2002, 429, Prg. 2002, 5954, JAR 2002, 205


Bedrijfsongeval (verkeersongeval werknemer). Goed werkgeverschap.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 205.

De werknemer is als betontimmerman in dienst van een landelijk werkend bouwbedrijf. Op basis van de toepasselijke CAO ontvangt de werknemer, die iedere dag voor het "project Deventer" met zijn eigen auto van zijn woonplaats Oosterhout (N-Br) naar Deventer reed, toeslagen (reisurenvergoeding, autokostenvergoeding en meerijderstoeslag) van in totaal ongeveer NLG 1.500,-- netto per maand. Op weg naar Deventer in zijn auto, waarin hij tevens drie collega's vervoerde, is door schuld van de werknemer een aanrijding ontstaan ten gevolge waarvan hij ernstig gewond raakte, zijn collega's gewond raakten en zijn auto geheel vernield werd. De WAM-verzekeraar van de werknemer heeft de materiële en immateriële schade van zijn collega's vergoed. De schade aan de auto en de letselschade van de werknemer zijn niet vergoed. De werknemer heeft een vordering tegen zijn werkgever ingesteld strekkende tot een verklaring voor recht dat deze jegens hem aansprakelijk is ter zake van de schade die hij als gevolg van voormeld ongeval heeft geleden, welke schade dient te worden opgemaakt bij staat. De kantonrechter en de rechtbank hebben deze vordering afgewezen omdat zij van oordeel waren dat het ongeval niet heeft plaatsgevonden tijdens werkuren of in de uitoefening van de aan de werknemer opgedragen werkzaamheden, doch tijdens het woon-werkverkeer. De middelen bestrijden dit oordeel. De Hoge Raad overweegt dat art. 7:658 BW voor de werkgever een zorgplicht schept voor de veiligheid van de werkomgeving van de werknemer en de door deze te gebruiken werktuigen. Deze zorgplicht en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid houden nauw verband met de zeggenschap van de werkgever over de werkplek en zijn bevoegdheid de werknemer aanwijzingen te geven ter zake van de (wijze van) uitoefening van diens werkzaamheden. Ook al moeten deze zorgplicht en het vereiste dat de schade door de werknemer is geleden "in de uitoefening van zijn werkzaamheden" als bedoeld in het tweede lid van voormeld artikel ruim worden uitgelegd, daaronder valt niet een geval als het onderhavige waarin een werknemer bij het besturen van zijn eigen auto op weg naar zijn werk een verkeersongeval veroorzaakt heeft. Vooropgesteld moet worden dat het ontbreken van aansprakelijkheid op grond van art. 7:658 BW niet betekent dat de werkgever onder omstandigheden niet op een andere grond jegens zijn werknemer aansprakelijk kan zijn. Het onderhavige geval wordt hierdoor gekenmerkt dat de werknemer, in verband met een door zijn werkgever aanvaarde opdracht, is aangewezen om met zijn eigen auto het vervoer te verzorgen van zichzelf en enkele mede-werknemers naar de, ver van zijn woonplaats verwijderde, plaats waar zij hun werkzaamheden moesten uitvoeren en dat hij in…

Terug naar overzicht