HR 11-07-2003 (Visser/Tusschenbroek), RvdW 2003, 124, JOL 2003, 382, NJ 2003, 603


Bedrijfsongeval. Wettelijke rente.

Een werknemer overkomt tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden een bedrijfsongeval. Uiteindelijk raakt de werknemer volledig arbeidsongeschikt en eindigt zijn arbeidsovereenkomst. De werknemer stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de schade. De werkgever erkent de aansprakelijkheid doch verweert zich ten aanzien van de gevolgen voor de werknemer. De kantonrechter verwerpt de verweren en veroordeelt de werkgever tot een voorschot schadevergoeding van NLG 250.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente. De werkgever gaat in hoger beroep. De rechtbank is van oordeel dat de verbintenis tot schadevergoeding is aangevangen op het moment van de toerekenbare tekortkoming (2 juli 1987: datum bedrijfsongeval) en dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de dag der dagvaarding of vanaf de dag waartegen is aangemaand. In dit geval heeft de werknemer de werkgever tegen 9 juli 1991 aangemaand en zal vanaf die datum de wettelijke rente verschuldigd zijn. De werkgever gaat in cassatie, stellende dat de rechtbank heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omdat uit de berekening van de werknemer blijkt dat de schade is gekapitaliseerd tegen 1 januari 1997. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad (HR 17-10-1997, NJ 1998, 508) stelt de Hoge Raad dat indien de rechter de schade begroot op een gekapitaliseerd bedrag ineens terzake van toekomstige schade, deze schade geacht moet worden te zijn geleden op de bij deze kapitalisering tot uitgangspunt genomen peildatum. De vordering wordt rentedragend op het moment waarop de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim komt, waarvoor naar oud recht niet alleen was vereist dat de vordering opeisbaar was geworden, maar dat ook de schuldenaar was aangemaand. Indien de rechter de schade evenwel begroot op concrete bedragen die periodiek opeisbaar worden, zal telkens na opeisbaar worden daarvan opnieuw moeten worden aangemaand. In dit geval is de rechtbank uitgegaan van de door de werknemer overgelegde schadeberekening met de daarin genoemde peildatum van 1 januari 1997. Het oordeel van de rechtbank dat de verbintenis tot schadevergoeding geacht was te zijn aangevangen op het moment van de toerekenbare tekortkoming, te weten op 2 juli 1987, is zonder nadere toelichting onverenigbaar met de gevolgde peildatum 1 januari 1997. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het hof.

Terug naar overzicht