HR 11-10-2002 (MAB/Dalle Vedove), JOL 2002, 531, JAR 2002, 261


Dringende reden. Gefixeerde schadevergoeding. Ontbinding gewichtige redenen verzoek werknemer (dringende reden). Ontbinding wanprestatie. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 261.

Op verzoek van de werknemer heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met de werkgever ontbonden per 1 juni 1998 wegens een dringende reden, daarin bestaande dat het aan de werknemer toekomende loon gedurende tenminste zeven maanden stelselmatig met een vertraging van twee dan wel drie weken en niet dan na sommatie is betaald. De werknemer vordert van de werkgever de gefixeerde schadevergoeding en schadevergoeding wegens wanprestatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat volgens de huidige rechtspraak de werkgever wiens verwijtbaar gedrag de werknemer heeft genoopt de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een dringende reden, niet alleen schadeplichtig is in de zin van art. 7:677 lid 4 BW, doch tevens gehouden is de schade te vergoeden die de werknemer lijdt ten gevolge van het uit die wanprestatie van de werkgever voortvloeiende verloren gaan van zijn dienstbetrekking. De Hoge Raad verwerpt het hiertegen gerichte cassatieberoep met toepassing van art. 81 Wet RO. Uit de conclusie van de Advocaat-Generaal: Het middel ziet eraan voorbij dat volgens de huidige rechtspraak de werkgever wiens verwijtbaar gedrag de werknemer heeft genoopt de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een dringende reden, niet alleen schadeplichtig is in de zin van art. 7:677 BW (waarbij het in de visie van de wetgever niet gaat om schade als gevolg van verlies van de arbeidsplaats), doch tevens gehouden is de schade te vergoeden welke de werknemer lijdt ten gevolge van het uit die wanprestatie van de werkgever verloren gaan van zijn dienstbetrekking; daartoe zal - aldus de Hoge Raad - met name aanleiding bestaan ingeval het gedrag van de werkgever erop is gericht de werknemer ertoe te brengen eigener beweging ontslag te nemen en waarin het voor de betrokken werknemer moeilijk is andere passende arbeid te vinden (zie HR 01-12-1989, RvdW 1989, 275, NJ 1990, 451).

Terug naar overzicht