HR 14-02-2003 (TCT/Bultens), JOL 2003, 105, NJ 2003, 301, JAR 2003, 72


CAO. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 72.

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een door hem aangenomen vertrouwensbreuk veroorzaakt door het declaratiegedrag van de thans ex-werkneemster. De ex-werkneemster vordert in de onderhavige procedure een wachtgelduitkering. Zij beroept zich daarbij op art. 87 van de toepasselijke CAO. Op grond van deze bepaling wordt de werknemer die wordt ontslagen wegens vermindering of beëindiging der werkzaamheden, wegens reorganisatie van de instelling, dan wel wegens onbekwaamheid welke niet aan zijn schuld of toedoen is te wijten, met ingang van de dag dat het ontslag ingaat door de werkgever een wachtgeld toegekend. De kantonrechter wijst de vordering af, na drie tussenvonnissen wijst de rechtbank de vordering toe. In cassatie klaagt de werkgever over de uitleg die de rechtbank in zijn eerste tussenvonnis heeft gegeven aan deze CAO-bepaling. De Hoge Raad stelt het volgende voorop: (a) Nu de CAO in de periode voorafgaande aan het eerste tussenvonnis wél algemeen verbindend is geweest en hij, voor zover in deze zaak van belang, sindsdien geen andere inhoud heeft verkregen, moet tot uitgangspunt worden genomen dat de rechtbank bij zijn uitleg van de CAO niet iets anders voor ogen heeft gestaan dan wat met betrekking tot deze uitleg ook in de periode dat de CAO algemeen verbindend was, aangenomen diende te worden. Dit brengt mee dat de CAO, bij de beoordeling van de juistheid van deze uitleg in cassatie, als recht in de zin van art. 79 RO moet worden beschouwd (HR 27-09-1991, Janssen/PCV, RvdW 1991, 205, NJ 1991, 788). (b) Als uitgangspunt voor de uitleg van de bepalingen van een CAO geldt dat in beginsel de bewoordingen daarvan en eventueel van de daarbij behorende schriftelijke toelichting, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst, van doorslaggevende betekenis zijn. Daarbij komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de CAO, voorzover deze niet uit de CAO-bepalingen en de toelichting kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de CAO en de toelichting zijn gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden (HR 31-05-2002, De Heel/Huisman c.s., RvdW 2002, 91, JOL 2002, 313, JAR 2002, 153, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 2002, blz. 97). In het midden kan blijven of art. 87 lid 1 CAO mede ziet op beëindiging van de arbeidsovereenkomst door ontbinding door de…

Verder lezen
Terug naar overzicht