HR 14-03-2003 (Lemmens/ROC), RvdW 2003, 50, JOL 2003, 155, NJ 2003, 312, JAR 2003, 89


Loon. Onderwijs.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 89.

Op grond van art. I-R 1054 lid 2 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Rpbo) kunnen in de formatie van leraren drie normfuncties, leraar A, B en C, met de daarbij behorende maximumschalen 12, 11 en 10 worden opgenomen. In bijlage R 11 bij dat besluit zijn de functiebeschrijving en taakkarakteristiek van deze normfuncties opgenomen. De werkgever heeft een leraar bevorderd naar de functie van leraar B met schaal 11. In dit geding vordert de leraar een veroordeling tot inschaling als leraar A met schaal 12. De rechtbank wees de vordering af. Hij overwoog daartoe onder meer dat de functie van leraar A, althans de schaal 12-functie, door de werkgever wordt toegekend aan zogenaamde opleidingscoördinatoren, die voornamelijk coördinerende taken verrichten die gepaard gaan met verantwoordelijkheid voor het beleid en die slechts in summiere mate lesgevende taken verrichten. Op basis van de beleidsvrijheid die hem toekomt en de door het Rpbo gegeven ruimte, stond het de werkgever vrij om tot deze invulling van de normfunctie leraar A te komen, aldus de rechtbank. Ook in een geval als het onderhavige is (een besluit tot) functie-indeling slechts mogelijk aan de hand van een weging van een veelheid van factoren, die zich zonder een zekere beleidsvrijheid niet goed laat denken. Daarmee zou niet stroken dat de rechter het indelingsbesluit van de werkgever ten volle zou kunnen toetsen. Aangenomen moet daarom worden dat de rechter slechts heeft te beoordelen of de werkgever in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen (vgl. HR 27-09-1991, NJ 1991, 788).

Terug naar overzicht