HR 14-12-2001 (Halverstad/BNI), JOL 2001, 752, NJ 2002, 58, JAR 2002, 17


Bewijs. Ontslag op staande voet (ongeoorloofd werkverzuim). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 17.

De werkgever ontslaat de werknemer op staande voet wegens ongeoorloofd werkverzuim. De werknemer vordert een verklaring voor recht dat het hem gegeven ontslag nietig is met veroordeling van de werkgever tot doorbetaling van salaris. De werknemer stelt dat hij - naar achteraf is gebleken - ten tijde van het werkverzuim door ziekte arbeidsongeschikt was. De rechtbank passeert die stelling met de overweging dat de werkgever van de ziekte niet wist en met die mogelijkheid in de gegeven omstandigheden geen rekening behoefde te houden. De Hoge Raad overweegt dat het middel terecht klaagt dat de rechtbank aldus oordelende heeft miskend, dat het werkverzuim van de werknemer in beginsel geen dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert indien de werknemer ten tijde van het werkverzuim arbeidsongeschikt was, en dat dit niet anders is in het geval dat de werkgever ten tijde van de ontslagaanzegging in redelijkheid heeft mogen aannemen dat de werknemer arbeidsgeschikt was (vgl. onder meer HR 03-10-1997, Hardeman/Motel Eindhoven, RvdW 1997, 190, NJ 1998, 83, JAR 1997, 232, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1997, blz. 41). De rechtbank had derhalve, anders dan zij heeft gedaan, de juistheid van de stelling van Halverstad, dat hij ten tijde van het werkverzuim leed aan een psychose en om die reden arbeidsongeschikt was, niet in het midden mogen laten.

Verder lezen
Terug naar overzicht