HR 17-01-2003 (Videoland/X), JOL 2003, 36


CAO. Loon.

Een werknemer vordert, voordat zijn arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, toelating tot zijn werkzaamheden en betaling van achterstallig loon en maaltijdvergoeding vanaf 1 augustus 1996 tot en met december 1998. De werknemer stelt dat op 1 augustus 1996 een nieuwe Verordening Arbeidsvoorwaarden Detailhandel (VAD) in werking is getreden, die van toepassing is verklaard op videotheken indien daar tevens verkoop plaatsvindt. De werkgever stelt dat de VAD niet van toepassing is, omdat hij geen detailhandelzaak drijft en omdat de werknemer niet hoofdzakelijk als verkoper werkzaam is. De kantonrechter wijst de vordering toe en de rechtbank bekrachtigt het vonnis. Het OM is van oordeel dat uit de VAD blijkt dat deze van toepassing is op de videotheek indien in de winkel tevens verkoop plaatsvindt. Aangezien de videotheek niet alleen videobanden verhuurt maar ook dranken, eetwaren, snoep, cd's e.d. verkoopt is het oordeel van de kantonrechter en de rechtbank dat de videotheek behoort tot de ondernemingen waarvoor het Hoofdbedrijfschap voor de Detailhandel (HBD) is ingesteld en voor wie de VAD geldt, niet onjuist noch onbegrijpelijk. Met betrekking tot de vraag of de VAD van toepassing is op werknemers die zich niet hoofdzakelijk bezighouden met verkoopwerkzaamheden, stelt het OM dat de aard van de werkzaamheden niet van belang is, maar of er een CAO van toepassing is of dat de werknemer als hulpkracht of als afroepkracht werkzaam is. Het feit dat er andersluidende jurisprudentie is, doet daar niet aan af, omdat de burgerlijke rechter (behalve ingeval er sprake is van gezag van gewijsde ex art. 236 Rv) niet aan eerdere uitspraken van een civiele ambtsgenoot is gebonden. Het OM concludeert tot verwerping van het beroep en de Hoge Raad volgt deze conclusie zonder nadere motivering op grond van art. 81 Wet RO.

Terug naar overzicht