HR 20-12-2002 (FNV/Recticel), JOL 2002, 711, JAR 2003, 17


CAO. Reiskosten. Wijziging arbeidsvoorwaarden.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 17.

In verband met de verhuizing van activiteiten is in 1995 een werkgelegenheidsplan afgesloten tussen de werkgever enerzijds en een vakbond anderzijds. In het werkgelegenheidsplan is een art. 11B terzake van reistijd- en reiskostenvergoeding opgenomen. In deze bepaling wordt gewezen op een in een bijlage opgenomen "meerijd- en carpoolregeling"; voorts is in die bepaling een kilometervergoeding opgenomen gedifferentieerd naar het eerste, het tweede en vanaf het derde jaar na overplaatsing. In een als bijlage bij het werkgelegenheidsplan gevoegde "Toelichting meerijdregeling" is geregeld dat de werknemers die aan de meerijdregeling deelnemen een overeenkomst met de werkgever moeten afsluiten. In deze overeenkomsten is een opzegbepaling opgenomen, waarvan de werkgever na enkele jaren gebruik heeft gemaakt. De vakbonden vorderen nakoming van art. 11B van het werkgelegenheidsplan tot het moment van rechtsgeldige beëindiging van die overeenkomst. In cassatie gaat het om de uitleg van het werkgelegenheidsplan. De rechtbank heeft klaarblijkelijk onderzocht of het – als een CAO uit te leggen – werkgelegenheidsplan, in het bijzonder art. 11B waarvan de vakbond de nakoming eiste, in de weg stond aan het opnemen van een opzeggingsmogelijkheid in de ter uitvoering van dat artikel gesloten meerijdovereenkomsten en aan het vervolgens gebruik maken van die mogelijkheid door de werkgever. Deze vraag heeft de rechtbank ontkennend beantwoord. De rechtbank is daartoe kennelijk gekomen door uitleg van het werkgelegenheidsplan als geheel, waarbij de rechtbank de aard van die regeling heeft betrokken, te weten een overgangsregeling waarin de continuïteit van de werkgelegenheid voorop staat. Aldus oordelend heeft de rechtbank geen blijk gegeven van miskenning van de bij uitlegging van een CAO te hanteren maatstaf.

Verder lezen
Terug naar overzicht