HR 24-05-2002 (Klant/Ventura Data), RvdW 2002, 86, JOL 2002, 292, JAR 2002, 136


Afroepovereenkomst. Minimumloon.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 136.

Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst door opzegging vordert de werknemer achterstallig loon, stellende dat een deel van het loon niet is betaald en voorzover het is betaald dit tot het minimumloon moest worden aangevuld. De rechtbank oordeelt in appel dat de arbeidsverhouding tussen partijen zo dient te worden uitgelegd dat er een "basisovereenkomst" bestond; voorzover de werknemer meer zou werken, geschiedde dit op grond van een afroepcontract. De rechtbank oordeelde dat voor dit aanvullende deel geen recht op het minimumloon bestaat. De Hoge Raad oordeelt dat dienstbetrekkingen waaraan, geheel of ten dele, een "oproepcontract" ten grondslag ligt niet zijn uitgesloten van de werking van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Ook voor de uit hoofde van de aanvullende overeenkomst gewerkte dagen heeft werknemer derhalve, in aanmerking genomen dat uit de gedingstukken niet blijkt dat de werkgever zich erop heeft beroepen dat niet aan de vereisten voor toepassing van genoemde wet werd voldaan, aanspraak op het minimumloon.

Verder lezen
Terug naar overzicht