HR 24-10-2003 (Revabo/Amev), RvdW 2003, 163, JOL 2003, 531, JAR 2003, 279


Loon. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 279.

Een werknemer is op 9 april 1999 een ongeval overkomen. De veroorzaker van het ongeval was verzekerd bij Amev. De werkgever heeft schade geleden omdat hij het loon van deze werknemer gedurende diens ziekte heeft doorbetaald. De werkgever heeft Amev daarom aangesproken met een regresvordering van NLG 8.780,70 (het in art. 6:107a BW bedoelde civiele plafond van het door hem in totaal doorbetaalde bedrag van NLG 10.696,41). Amev heeft een bedrag van NLG 5.981,29 aan de werkgever betaald; zij stelt dat zij slechts de netto loonkosten behoeft te vergoeden. In dit geding vordert de werkgever het onbetaald gebleven gedeelte van zijn vordering, een bedrag van NLG 2.799,41. In cassatie betoogt de werkgever dat, zolang de grens van het in art. 6:107a BW bedoelde civiele plafond niet is bereikt, de verhaalsgerechtigde alle (bruto)kosten die hij maakt in verband met het doorbetalen van loon, mag verhalen. De Hoge Raad overweegt dat art. 6:107a BW ertoe strekt de werkgever van een zieke of anderszins arbeidsongeschikte werknemer, die krachtens art. 7:629 BW onder de in die bepaling omschreven voorwaarden is gehouden het loon van de werknemer door te betalen gedurende 52 weken van diens ziekte of arbeidsongeschiktheid, wat betreft zijn regresmogelijkheden in dezelfde positie te plaatsen als waarin de desbetreffende bedrijfsvereniging verkeerde voordat art. 7:629 BW in zijn huidige vorm was ingevoerd (vgl. Kamerstukken II, 1994/95, 24 326, nr. 3, blz. 9). Wat betreft de toepassing van de Verhaalswet Ongevallen Ambtenaren heeft de Hoge Raad in het belang van de hanteerbaarheid van de wet en een zo eenvoudig mogelijke toepassing daarvan in de praktijk, beslist dat in het geval van overlijden van een verzekerde, geen verhaal kan worden gezocht voor eventuele inkomstenbelasting en premies voor de sociale verzekeringswetten (HR 13-12-1985, NJ 1986, 246). Voor letselschade heeft de Hoge Raad dezelfde regel aanvaard (HR 27-11-1987, NJ 1989, 48). Deze regel heeft te gelden ongeacht of sprake is van tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid (HR 25-02-1994, NJ 1995, 608). Tegen die achtergrond ligt het voor de hand art. 6:107a BW dienovereenkomstig uit te leggen en deze uitleg mede te laten gelden voor doorbetalingen van loon waardoor het in deze bepaling bedoelde civiele plafond nog niet wordt overschreden. Daardoor wordt een eenvoudige en voor de praktijk goed hanteerbare maatstaf verkregen, waardoor tevens de consistentie van het systeem van regresrechten wordt versterkt. Aangenomen moet voorts worden dat ook…

Terug naar overzicht