HR 27-06-2003 (Pach/Berkhout), JOL 2003, 360, JAR 2003, 180


Bewijs. Ontslag op staande voet.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 180.

De werkgever heeft een werknemer (zeven jaar in dienst, salaris NLG 3.172,-- bruto per maand) op staande voet ontslagen op de grond dat een sealbag met contant geld is verdwenen. De werkgever stelt dat de werknemer de procedures met betrekking tot de afhandeling van de sealbag niet heeft nageleefd. Kantonrechter en rechtbank oordelen dat de vaststaande feiten geen dringende reden opleveren, zodat het ontslag op staande voet nietig is. De werkgever heeft cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad verwerpt het beroep met toepassing van art. 81 Wet RO. Uit de conclusie van de Advocaat-Generaal: De Hoge Raad heeft, zij het in ander verband, herhaaldelijk aangegeven dat de dagelijkse omgang met werkzaamheden waaraan risico's verbonden zijn, ertoe kan leiden dat de aandacht voor die risico's vermindert. Hetzelfde geldt ook in (nog weer) ander verband: er zijn allerlei situaties waarin, hoezeer dat achteraf bezien wel (enigszins) verwijtbaar is, zich gemakkelijk kan voordoen dat men door onachtzaamheid een risico uit het oog verliest. Ik stem er graag mee in dat van medewerkers die belast worden met het beheer over aanzienlijke contante geldsbedragen een dienovereenkomstige mate van zorgvuldigheid mag worden verlangd; maar daar tegenover staat toch dat de werkgever die zijn desbetreffende medewerker regelmatig – misschien wel dagelijks – grote geldsbedragen laat "afstorten", rekening moet houden met de boven (summier) beschreven verschijnselen. "Familiarity breeds contempt", luidt een Engels spreekwoord dat ook in dit verband wel gebruikt wordt: naarmate men geregeld of zelfs routinematig met bepaalde verschijnselen te maken krijgt, kan het "ontzag" daarvoor, of in dit verband: het besef van de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheid en de daaraan inherente risico's, soms afnemen of door andere beslommeringen tijdelijk aan de aandacht worden onttrokken. Aan de hand van deze, door mij enigszins omstandig onder woorden gebrachte beschouwingen, lijkt mij, zoals ik al aangaf, het door de rechtbank ingenomen uitgangspunt juist: onzorgvuldigheid bij het beheer van een aan een werknemer toevertrouwd geld, betekent niet eo ipso dat er een dringende reden voor ontslag op staande voet is. Of dat het geval is zal naar de omstandigheden moeten worden beoordeeld. Daarbij is het aan de werkgever die zich op een "dringende reden" beroept (terwijl de werknemer betwist dat daarvan sprake is), om aan te geven welke de omstandigheden zijn die meebrengen dat de aan de werknemer toe te rekenen onzorgvuldigheid in dit geval (wel) een "dringende reden" oplevert.

Verder lezen
Terug naar overzicht