HvJ EG 03-02-2000 (Mahlburg/Mecklenburg), JAR 2000, 65, NJ 2000, 389


Zwangerschap. Sollicitatie. Gelijke behandeling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 65.

Een zwangere verpleegster solliciteert naar twee interne functies op de operatiezaal. Naar aanleiding van haar mededeling dat zij zwanger is, wordt de werkneemster afgewezen voor de functie van operatiezuster. Volgens de werkneemster is hier sprake van discriminatie op grond van geslacht. De Duitse rechter legt de zaak voor aan het Europese Hof van Justitie met de vraag op de Europese richtlijn zich verzet tegen de weigering een zwangere vrouw voor een functie voor onbepaalde tijd in dienst te nemen op grond dat voor de duur van de zwangerschap een wettelijk arbeidsverbod verhindert dat zij die functie van begin af aan uitoefent. Het Hof stelt dat het enkel aan vrouwen weigeren van een dienstbetrekking wegens zwangerschap rechtstreekse discriminatie op grond van geslacht vormt. De ongelijke behandeling is in dit geval echter niet rechtstreeks op de zwangerschap gebaseerd, doch is het gevolg van een aan die toestand verbonden wettelijk arbeidsverbod. Dit verbod berust op art. 2 lid van de richtlijn op grond waarvan de richtlijn geen afbreuk doet aan de bepalingen betreffende de bescherming van de vrouw met betrekking tot zwangerschap en moederschap. Volgens de rechtspraak van het Hof mogen dergelijke bepalingen echter niet tot een minder gunstige behandeling leiden wat betreft de toegang tot de arbeid van een zwangere vrouw, zodat een werkgever niet mag weigeren een zwangere sollicitante in dienst te nemen in een functie voor onbepaalde tijd omdat zij deze in de begintijd niet kan vervullen. Mogelijke financiële gevolgen van een dergelijke aanstelling doen hier niet aan af. Het Hof heeft reeds eerder uitgemaakt (30-04-1998, CNAVTS/Thibault, JAR 1998, 139, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 33) dat niet indienstneming wegens zwangerschap niet kan worden gerechtvaardigd met een beroep op het financiële nadeel dat de werkgever bij indienstneming van een zwangere vrouw voor de duur van haar zwangerschapsverlof lijdt. Hetzelfde geldt met betrekking tot het financiële nadeel dat voortvloeit uit het feit dat de aangestelde vrouw gedurende haar zwangerschap de betrokken functie niet kan uitoefenen.

Terug naar overzicht