HvJ EG 04-10-2001 (Jiménez /Barrios), JAR 2001, 219


Bepaalde tijd. Opzegging. Zwangerschap. Gelijke behandeling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2001, 219.

Een werkneemster is achtereenvolgens op basis van vier tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij een werkgever in dienst geweest. Geen van de overeenkomsten bevatte een einddatum. Op 12 mei 1999 heeft de werkgever de vierde arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 2 juni 1999. De werkneemster was op dat moment zwanger. De werkgever heeft de werkneemster nog een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden. Zij heeft echter geweigerd om deze te tekenen, omdat de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst naar haar mening nietig was, gelet op haar zwangerschap. In de daarop volgende procedure heeft de Spaanse rechter het Europees Hof verzocht om aan te geven wat de betekenis is van art. 10 Richtlijn 92/85 voor een zaak als onderhavige. In dit artikel is bepaald dat de lidstaten ontslag van werkneemsters tijdens zwangerschap en zwangerschapsverlof dienen te verbieden en dat, indien ontslag in een dergelijke periode plaatsvindt, de werkgever hiervoor schriftelijk gegronde redenen moet geven. Het Europees Hof overweegt in de eerste plaats dat art. 10 rechtstreekse werking heeft, zodat een beroep erop ook mogelijk in geval een lidstaat het artikel niet tijdig heeft omgezet in nationale wetgeving. Daarna stelt het Europees Hof vast dat Richtlijn 92/85 de lidstaten niet verplicht een speciale lijst op te stellen met gronden waarop het ontslag van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie bij wijze van uitzondering is toegestaan. Een lidstaat mag wel een dergelijke regeling opstellen. In de derde plaats overweegt het Europees Hof dat het niet verlengen van een tijdelijke aanstelling wegens zwangerschap in strijd is met de richtlijn. Het Europees Hof stelt daartoe eerst vast dat Richtlijn 92/85 met betrekking tot de draagwijdte van het ontslagverbod voor zwangere en pas bevallen werkneemsters geen onderscheid maakt naar de duur van de arbeidsrelatie. Derhalve is de richtlijn ook van toepassing op arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het niet vernieuwen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst kan echter niet gelijk gesteld worden met ontslag en is als zodanig niet in strijd met art. 10 van de richtlijn. Het kan echter in sommige omstandigheden hetzelfde zijn als een weigering tot aanwerving. Dit is niet toelaatbaar als zwangerschap daarvan de reden is. Derhalve geldt dit ook bij het niet vernieuwen van een tijdelijke aanstelling. Tot slot merkt het Europees Hof nog op dat de richtlijn de lidstaten niet verplicht om te voorzien in een preventieve ontslagtoets bij ontslag in geval van zwangerschap of bevalling

Terug naar overzicht