HvJ EG 05-10-2004 (Pfeiffer c.s./Rote Kreuz), JAR 2004, 261, JIN 2004, 49


Arbeidstijd. Overwerk.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2004, 261.

De werkgever beheert verschillende diensten voor medische spoedhulp in Duitsland. De medische spoedhulp wordt uitgevoerd middels ambulances en medische-urgentiewagens. De ambulancehulpverleners, die op deze wagens werkzaam zijn, draaien zowel gewone diensten als zogeheten "dienstwaarnemingen" (Arbeitsbereitschaft). Tijdens een dienstwaarneming zijn de werknemers verplicht om op verlangen van de werkgever buiten de normale arbeidstijd op een door de werkgever bepaalde plaats te verblijven, waar op hen een beroep kan worden gedaan om, indien nodig, werkzaamheden te verrichten. Een aantal werknemers stelt dat zij hierdoor meer dan 48 uur per week hebben moeten werken. Zij achten dit in strijd met Richtlijn 93/104/EG inzake de organisatie van arbeidstijd en vorderen respectievelijk betaling van overuren en vaststelling van het aantal uren dat zij per week maximaal mogen werken. De Duitse rechter stelt een aantal prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie. Het Europees Hof stelt allereerst vast dat de werkzaamheden van de ambulancemedewerkers binnen het bereik van de richtlijn vallen. De richtlijn geldt niet voor diensten die moeten worden verricht in uitzonderlijk ernstige situaties, zoals rampen, maar wel voor het dagelijkse werk van een spoedhulpverlener. De werkzaamheden van het ambulancepersoneel vallen evenmin onder de uitzondering die de richtlijn kent voor wegvervoer, nu bij ambulancewerk het hulpverleningsaspect op de voorgrond staat en niet het vervoersaspect. Het Europees Hof overweegt vervolgens dat een overschrijding van de maximum arbeidstijd van 48 uur per week slechts geldig is wanneer deze uitdrukkelijk en vrij door iedere werknemer individueel is aanvaard. Onvoldoende is dat de vakbonden namens de werknemers met de overschrijding hebben ingestemd. Een werknemer moet namelijk, als hij afstand doet van een recht op minimum rusttijden en instemt met verlenging van zijn werkweek, dit uit vrije wil en met kennis van zaken doen. Het Europees Hof acht de regeling voor de ambulancehulpverleners in strijd met Richtlijn 93/104/EG. De perioden van dienstwaarnemingen moeten namelijk, gelet op de eerdere jurisprudentie van het Europees Hof, worden aangemerkt als arbeidstijd. Daarmee overschrijdt de totale arbeidstijd per week de 48 uur, hetgeen strijdig is met art. 6 punt 2 van de richtlijn. Dit artikel heeft rechtstreekse werking in gedingen tegenover de staat. Een bepaling uit een richtlijn kan echter niet tegenover een particulier worden ingeroepen. Wel dient de rechter de bepaling zoveel mogelijk richtlijnconform uit te leggen. In onderhavig geval betekent dat, dat de rechter binnen zijn bevoegdheid al het mogelijke moet doen om te voorkomen dat de maximale wekelijkse arbeidstijd wordt overschreden.

Verder lezen
Terug naar overzicht