HvJ EG 16-05-2000 (Preston/Wolverhampton), JAR 2000, 153, NJ 2000, 668


Pensioen. Gelijke behandeling. Deeltijdarbeid. Verjaring.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2000, 153.

Nadat aanvankelijk deeltijdwerkneemsters waren uitgesloten van deelneming in Engelse pensioenregelingen, is dat in het kader van de gelijke behandeling alsnog mogelijk gemaakt. Daarbij zijn echter verschillende verjaringstermijnen ingevoerd: een vordering tot deelneming met terugwerkende kracht moet binnen zes maanden na het einde van het dienstverband aanhangig worden gemaakt, waarbij telkens maatgevend is het einde van een arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld voor bepaalde tijd), ook al is deze daarna voortgezet. De vordering tot deelneming met terugwerkende kracht is beperkt tot twee jaar voor de datum van de dagvaarding. Naar aanleiding van de door de Engelse rechter aan het Hof voorgelegde vragen oordeelt het Hof dat de verjaringstermijn van zes maanden na einde dienstverband in beginsel is toegestaan, mits die termijn voor een beroep op basis van het gemeenschapsrecht niet ongunstiger is dan voor die voor een beroep op basis van het nationale recht. Wanneer het gaat om een stabiel dienstverband, dat voortvloeit uit opeenvolgende overeenkomsten voor bepaalde tijd, die met geregelde tussenpozen worden gesloten en betrekking hebben op hetzelfde dienstverband, is het echter niet toegestaan de verjaringstermijn vanaf het einde van elke overeenkomst te laten lopen. Ook de beperking van terugwerkende kracht tot twee jaar is niet toegestaan, zoals reeds beslist in het arrest van 11-12-1997 (Magorrian/Eastern Health Board, JAR 1998, 19, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1998, blz. 91).

Terug naar overzicht