HvJ EG 19-03-2002 (Lommers/Ministerie LNV), NJ 2002, 475, JAR 2002, 119


Gelijke behandeling (kinderopvang alleen voor vrouwelijke werknemers).

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 119.

Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft op 15 november 1993 een circulaire vastgesteld, krachtens welke het een bepaald aantal kinderopvangplaatsen ter beschikking stelt aan zijn vrouwelijke werknemers. De kinderopvang staat in principe uitsluitend ter beschikking aan vrouwelijke medewerkers, tenzij er sprake is van een noodgeval, dit ter beoordeling van de directeur. De werknemer die eiser is in deze zaak, een man, heeft om deze reden geen kinderopvangplaats van het ministerie gekregen. Hij stelt dat dit in strijd is met het recht op gelijke behandeling van man en vrouw, zoals vastgelegd in de Nederlandse en Europese wetgeving. De Commissie gelijke behandeling heeft geoordeeld dat het ministerie niet in strijd met de wet heeft gehandeld. De rechtbank heeft dit oordeel gevolgd. De CRvB heeft de kwestie voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie. Het Europees Hof overweegt dat de beschikbaarstelling van kinderopvangplaatsen aan werknemers als een arbeidsvoorwaarde in de zin van Richtlijn 76/207/EEG moet worden aangemerkt. Een regeling in het kader waarvan kinderopvangplaatsen worden voorbehouden aan vrouwelijke werknemers maakt onderscheid naar geslacht. Dit onderscheid is in onderhavig geval echter toelaatbaar omdat bij het ministerie vrouwelijke werknemers ondervertegenwoordigd waren/zijn, zowel qua aantal als wat betreft de bezetting van posten in de hogere rangen. Verder is onvoldoende capaciteit aan kinderopvang in het bijzonder voor vrouwelijke werknemers een reden om hun werk op te geven. Onder die omstandigheden moet de regeling van het ministerie, die deel uitmaakt van een beperkt plan ter verwezenlijking van gelijke kansen van vrouwen, worden aangemerkt als een maatregel van positieve actie welke op grond van art. 2 lid 4 van de richtlijn is toegestaan. Wel moeten naar het oordeel van het Europees Hof mannelijke werknemers die alleenstaand ouder zijn onder dezelfde voorwaarden als vrouwelijke werknemers een kinderopvangplaats kunnen krijgen. Ten aanzien van die werknemers heeft het argument dat vrouwen eerder geneigd zijn hun beroepsloopbaan te onderbreken om voor jonge kinderen te zorgen, niet langer dezelfde relevantie als ten opzichte van samenwonende/gehuwde vaders.

Terug naar overzicht