HvJ EG 20-11-2003 (Abler c.s./Sodexho), JAR 2003, 298


Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 298.

Cateringbedrijf Sanrest verrichtte in opdracht van een ziekenhuis de volledige catering voor het ziekenhuis. De ruimten voor het bereiden van de maaltijden, water, energie, keukenuitrusting etc. werden door het ziekenhuis ter beschikking gesteld. Ook verzorgde Sanrest maaltijden voor het kinderdagverblijf naast het ziekenhuis. Nadat tussen Sanrest en het ziekenhuis onenigheid was ontstaan, heeft het ziekenhuis de overeenkomst met Sanrest opgezegd en heeft zij de opdracht voor het verzorgen van de catering aan Sodexho gegund. Sodexho heeft geen klein materieel van Sanrest overgenomen en ook geen voorraden en geen werknemers. Wel is Sodexho de maaltijden voor het ziekenhuis en het kinderdagverblijf gaan verzorgen. 11 werknemers van Sanrest, met wie Sanrest de arbeidsovereenkomsten heeft opgezegd, hebben in rechte gesteld dat zij bij Sodexho in dienst zijn gekomen krachtens overgang van onderneming. De Oostenrijkse rechter heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Het Europees Hof overweegt dat de vraag of sprake is van overgang van onderneming moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Bij de beoordeling daarvan moet rekening gehouden worden met de aard van de betrokken onderneming of vestiging. Het belang dat moet worden gehecht aan de diverse criteria die bepalen of sprake is van overgang van onderneming, verschilt naar gelang de aard van de uitgeoefende activiteit en zelfs van de productiewijze of de bedrijfsvoering in de betrokken onderneming, vestiging of onderdeel ervan. In dit verband is relevant dat catering niet kan worden beschouwd als een activiteit waarvoor arbeidskrachten de voornaamste factor zijn, aangezien daarvoor heel wat uitrusting noodzakelijk is. In onderhavig geval zijn de voor catering noodzakelijke materiële activa, zoals ruimten, water, energie en keukenuitrusting door Sodexho overgenomen. Bovendien wordt onderhavig geval gekenmerkt door de verplichting om de maaltijden in de keuken van het ziekenhuis te bereiden en dus die materiële activa over te nemen. De overdracht van de ruimten en uitrusting is dan voldoende om van een overgang van een economische eenheid te spreken. Bovendien heeft Sodexho vrijwel de gehele klantenkring van zijn voorganger overgenomen, namelijk het ziekenhuis en ook het kinderdagverblijf. Het feit dat Sodexho geen wezenlijk deel van het personeel heeft overgenomen is, gezien deze omstandigheden, onvoldoende om te concluderen dat geen sprake is van overgang van onderneming.

Terug naar overzicht