HvJ EG 27-01-2000 (Graf/Filzmoser), NJ 2000, 304


Gelijke behandeling (schadeloosstelling). Vrij verkeer werknemers.

Een Oostenrijkse werknemer, ruim drieëneenhalf jaar in dienst, zegt zijn arbeidsovereenkomst op om in Duitsland te gaan werken. De werkgever weigert een ontslagvergoeding te betalen omdat op grond van het Angestelltengesetz de werknemer geen aanspraak heeft op een vergoeding wanneer de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst opzegt. De werknemer beroept zich op art. 48 EG-Verdrag (vrij verkeer van werknemers). Het Landesgericht wijst de vordering af, overwegende dat de betreffende regeling niet een door art. 48 EG-Verdrag verboden discriminatie of belemmering inhoudt aangezien de bepaling de grensoverschrijdende mobiliteit niet meer beperkt dan de mobiliteit binnen Oostenrijk. Bovendien is het verlies van een ontslagvergoeding van twee maanden niet van dien aard dat sprake is van een merkbare belemmering van het vrije verkeer van werknemers in de zin van het Bosman-arrest (HvJ EG 15-12-1995, NJ 1996, 637, JAR 1996, 80, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1996, blz. 67). De werknemer gaat in hoger beroep. Het Oberlandesgericht legt de zaak voor aan het Europese Hof met de vraag of art. 48 EG-Verdrag zich verzet tegen een nationale regeling die een werknemer het recht op een ontslagvergoeding ontzegt, wanneer deze zelf zijn arbeidsovereenkomst beëindigt om in een andere lidstaat te gaan werken, terwijl de vergoeding wel wordt toegekend als de beëindiging niet aan de werknemer is toe te rekenen. Het Europees Hof overweegt dat art. 48 EG-Verdrag elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen werknemers der lidstaten met betrekking tot de werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden verbiedt. Bovendien volgt uit de rechtspraak van het Hof, met name uit het Bosman-arrest, dat art. 48 EG-Verdrag ook die regeling verbiedt, die hoewel onafhankelijk van de nationaliteit van werknemers, belemmeringen voor het vrije verkeer van werknemers inhouden. De regeling waar het hier om gaat is niet van dien aard dat zij de werknemer belet of ervan weerhoudt zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen om bij een andere werkgever in dienst te treden. Het recht op een ontslagvergoeding hangt niet af van een keuze van de werknemer om al dan niet in dienst te blijven maar van een toekomstige gebeurtenis, namelijk beëindiging van de arbeidsovereenkomst die niet aan hem is toe te rekenen. Een dergelijke gebeurtenis kan niet worden beschouwd als een belemmering van het vrije verkeer van werknemers.

Terug naar overzicht