HvJ EG 28-10-1999 (Commissie EG/Griekenland), NJ 2000, 167


Gelijke behandeling. Loon. Pensioen.

Naar aanleiding van klachten van werkneemsters over het niet in acht nemen van het beginsel van gelijke beloning voor mannen en vrouwen door de Griekse staat, stelt de Europese Commissie een onderzoek in. De Commissie verwijt Griekenland onder andere de bepalingen van CAO's en van arbitrage en andere besluiten terzake van de toekenning van gezinsbijslag en gehuwdentoeslag die andere voorwaarden stellen voor gehuwden werkneemsters dan voor gehuwde werknemers, niet met terugwerkende kracht te hebben opgeheven. Als gevolg hiervan wordt de werkneemsters een deel van hun beloning over de betrokken periode onthouden, hetgeen bovendien van invloed is op de pensioenberekening. Het Hof oordeelt dat Griekenland deze discriminatie ongedaan moet maken vanaf 1 januari 1981, toen artikel 119 EG Verdrag (oud) in werking trad en de discriminatie met betrekking tot de pensioenen vanaf 23 december 1984, de datum van inwerkingtreding van de richtlijn 79/7/EEG (gelijke behandeling op grond van sociale zekerheid).

Terug naar overzicht