Inhoud van brief van Thaise autoriteit moet ter kennis worden gesteld


Samenvatting

In een procedure over de aanslag IB/PVV 1997 (zie NTFR 2002/1551) heeft Hof Leeuwarden geoordeeld dat een bepaalde lening niet als bedrijfsschuld kan worden aangemerkt. De daarover verschuldigde rente is wel als consumptieve rente in aftrek toegelaten. De inspecteur heeft vervolgens in een navorderingsaanslag deze rente nagevorderd. Hij stelt zich op het standpunt dat de lening nooit heeft bestaan en heeft daarvoor contact gezocht met de Duitse en Thaise belastingdienst. In de procedure over de navorderingsaanslag heeft de inspecteur van enkele stukken geschoonde versies en ongeschoonde versies. De ongeschoonde versies heeft hij belanghebbende niet doen toekomen. Daartegen verzet belanghebbende zich.

In een tussenuitspraak oordeelt het hof dat de bescherming van de privacy van de functionarissen, die bij de internationale inlichtingenuitwisseling betrokken zijn geweest, een zwaarwichtige reden is die een beperkte kennisneming van de overgelegde stukken rechtvaardigt. De namen en de telefoon-, fax- en emailgegevens van die personen hoeven niet ter kennis van belanghebbende te komen. Dit geldt niet voor de geboortedatum van de vermoedelijke schuldeiser van de lening. Diens privacy is met de bekendheid daarvan niet in geding, aldus het hof. Verder is het hof wel van oordeel dat belanghebbende kennis mag nemen van de ongeschoonde inhoud van een brief van de Thaise belastingdienst. Belanghebbende moet namelijk de kans hebben zich tegen de navorderingsaanslag te verdedigen. Daartegen weegt het belang van een onbelemmerde gegevensuitwisseling tussen staten niet op.

Belanghebbende krijgt ten dele gelijk.

Rechtsoverwegingen

4.1. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat er gewichtige redenen zijn als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) …

Verder lezen
Terug naar overzicht