JBO 2017/117, RvS 05-04-2017, ECLI:NL:RVS:2017:919, 201600195/1/A1 (met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden)

Inhoudsindicatie

Stortplaats, Inrichting, Bodemsanering

Samenvatting

Voormalige stortplaats is geen inrichting, zodat Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing is.

Uitspraak

Bij besluit van 19 februari 2015 heeft het college maatwerkvoorschriften gesteld ten aanzien van de lozing vanuit de bodemsaneringslocatie "voormalige stortplaats Coupépolder te Alphen aan den Rijn" in een vuilwaterriool.

Vanuit de voormalige stortplaats Coupépolder wordt afvalwater in het gemeentelijke vuilwaterriool geloosd. Na behandeling in de afvalwaterzuiveringsinstallatie "Alphen Noord" (awzi) wordt het afvalwater vervolgens geloosd op het oppervlaktewater van de Oude Rijn.

Het in geding zijnde maatwerkvoorschrift is gebaseerd op het Besluit lozen buiten inrichtingen (het Besluit) en heeft alleen betrekking op de lozing in het vuilwaterriool.

De Coupépolder is een voormalige stortplaats waar sinds 1985 geen afval meer wordt gestort. Op het terrein van de voormalige stortplaats wordt een golfbaan geëxploiteerd. Daaronder, in het stortlichaam, ligt een stelsel van drainagebuizen die zijn aangesloten op drie pompputten. Bij een te hoog niveau van het percolaat in de pompputten wordt de pomp geactiveerd en wordt het percolaat naar een opvanggemaal getransporteerd, van waaruit het op de vuilwaterriolering van de gemeente wordt geloosd.

De lozing van het afvalwater op de vuilwaterriolering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de gemeente Alphen aan den Rijn. Ter zitting heeft het college onweersproken gesteld dat de exploitant van de golfbaan geen zeggenschap heeft over de installatie voor opvang en afvoer van het percolaat. Deze installatie behoort daarom niet tot dezelfde onderneming of instelling als de golfbaan en maakt geen deel uit van die inrichting.

De voormalige stortplaats is geen inrichting voor het storten van afvalstoffen, omdat de stortactiviteiten zijn beëindigd en het terrein voor andere doeleinden wordt gebruikt.

Sanering van de voormalige stortplaats vindt plaats door de verontreiniging te isoleren, beheersen en controleren (IBC). De voorzieningen die daarvoor nodig zijn, waaronder het drainagesysteem, zijn aangebracht. De activiteiten die in het kader van de sanering thans plaatsvinden, betreffen de nazorg. Het beheersen van de verontreiniging door het opvangen en afvoeren van drainagewater maakt daar onderdeel van uit. De nazorg van een voormalige stortplaats is niet een op winst gerichte onderneming of andere exploitatie in het economisch verkeer. Het opvangen en afvoeren van het drainagewater is niet een bedrijvigheid met een omvang alsof deze bedrijfsmatig was. Van andere activiteiten met een omvang alsof deze bedrijfsmatig waren, is niet gebleken. De in verband met de bodemsanering aangebrachte drainagesystemen zijn daarom op zichzelf niet als een inrichting aan te merken.

Noot

Een stortplaats is een inrichting, een voormalige stortplaats is dat niet. Want een voormalige stortplaats is niet in werking als een stortplaats. In dit geval wordt al meer dan 30 jaar geen afval meer gestort. De stortplaats is nu als recreatieperceel in werking. Want op het terrein van de voormalige stortplaats wordt een golfbaan geëxploiteerd.

Sanering van de voormalige stortplaats vindt plaats door de verontreiniging te isoleren, beheersen en controleren (IBC). Door regenwater kan er afval vrijkomen van de voormalige stortplaats en dat gebeurt via het water. Er liggen drainagebuizen in het stortlichaam, welke buizen zijn aangesloten op drie pompputten. Bij een te hoog niveau van het percolaat in de pompputten wordt de pomp geactiveerd en wordt het percolaat op de vuilwaterriolering van de gemeente geloosd. Na behandeling in een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt het afvalwater vervolgens geloosd op het oppervlaktewater van de Oude Rijn. De lozing van het afvalwater op de vuilwaterriolering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de gemeente Alphen aan den Rijn. De exploitant van de golfbaan heeft daar geen zeggenschap over.

De opvang voor doorgesijpeld regenwater en het zuiveren ervan vindt plaats als nazorg. Het opvangen en afvoeren van het drainagewater is niet een bedrijvigheid met een omvang alsof deze bedrijfsmatig was. Bovendien is deze nazorg niet op winst of economisch voordeel gericht. Het gaat dus niet om een inrichting en daarom is op de lozing op het gemeenteriool het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing. En in het kader van dat Besluit kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld, wat het college dan ook terecht gedaan heeft.

mr. drs. D. van der Meijden

Terug naar overzicht