JBO 2017/139, RvS 24-05-2017, ECLI:NL:RVS:2017:1372, 201604570/1/R3 (met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden)

Inhoudsindicatie

Archeologie

Samenvatting

Onderzoek naar archeologische waarden nodig, indien dieper dan 30 cm wordt gegraven.

Uitspraak

Bij besluit van 22 maart 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" vastgesteld. Het plan voorziet in een actuele planologische regeling voor het gehele buitengebied van de gemeente Ooststellingwerf.

De raad stelt dat naar aanleiding van de zienswijze van het college van gedeputeerde staten van Fryslân essen en boerderijplaatsen zijn toegevoegd. De provincie had de beschikking over recent onderzoek naar essen, op basis waarvan ontbrekende essen aan de kaart zijn toegevoegd. In veel gevallen gaat het daarbij om een uitbreiding van reeds gekarteerde essen. Voorts heeft de provincie aanvullend op de gemeentelijke beleidskaart de historische boerderijplaatsen gekarteerd. Deze dienden op de gemeentelijke kaart te worden opgenomen. Daarmee kregen ruim 50 adressen te maken met een verzwaring van de archeologische dubbelbestemming, in de meeste gevallen van "Waarde - Archeologie 5" naar "Waarde - Archeologie 4" of "Waarde - Archeologie 3". De betrokkenen zijn over deze wijziging en de onderbouwing daarvan geïnformeerd.

Volgens de raad is met LTO Fryslân al bij de opstelling van het gemeentelijk archeologiebeleid afgesproken dat de maximale verstoringsdiepte op archeologisch waardevolle terreinen 30 cm zou zijn. De provincie Fryslân hanteert 30 cm voor alle gebieden met archeologische waarden en verwachtingswaarden. Ooststellingwerf wijkt daarvan af door alleen voor gebieden met bekende waarden 30 cm te hanteren, en 40 cm voor gebieden met een verwachtingswaarde. Voor zover het voor een landbouwer onduidelijk is waar de begrenzingen van de archeologische regimes liggen, meent de raad dat het logisch is om uit te gaan van maximaal 30 cm verstoringsdiepte.

Ten aanzien van drainage stelt de raad dat het mogelijk is die aan te leggen, maar bij systematische drainage dieper dan 30 cm is een omgevingsvergunning nodig. Vervanging van drainage behoort tot het onderhoud en is altijd toegestaan.

Hetgeen LTO Noord naar voren heeft gebracht geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet had mogen instemmen met het door het college van gedeputeerde staten op grond van nieuw onderzoek ingenomen standpunt dat aan de essen en boerderijplaatsen een zwaarder archeologisch beschermingsregime dient te worden toegekend. LTO Noord heeft geen specifieke omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan zou moeten geoordeeld dat de toekenning van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 op de desbetreffende percelen onevenredig bezwarend zou zijn.

Noot

Ongeveer 50 adressen in het buitengebied van de gemeente Ooststellingwerf hebben een dubbelbestemming gekregen om archeologische waarden te beschermen. Wanneer onder de 30 cm wordt gegraven, moet een archeologische onderzoek worden opgemaakt en daaruit moet blijken dat geen archeologische waarden worden aangetast. Pas dan mag worden gegraven. Deze 30 cm zijn gekozen opdat een boer zijn perceel kan ploegen, kan eggen, mest kan uitrijden en onderwerken, kan zaaien en oogsten, kortom de normale werkzaamheden kan uitvoeren. Maar een nieuwe drainage kan niet zo maar worden aangelegd. Dat is graven beneden de 30 cm en daarvoor is een archeologische onderzoek nodig. Een vervangen van een oude drainage door een nieuwe is echter onderhoud. En onderhoud is naast het graven tot 30 cm diepte uitgezonderd van het opstellen van een archeologische rapport.

Nu is in de gemeente Ooststellingwerf nog een andere uitzondering: een boer mag tot 40 cm diepte zijn werkzaamheden doen, wanneer het perceel geen bekende waarde heeft, maar slechts een verwachtingswaarde. De Afdeling is het met deze uitzondering eens en verklaart de beroepsgronden daartegen ongegrond.

mr. drs. D. van der Meijden

Verder lezen
Terug naar overzicht