JG 2017/34, RvS 29-03-2017, ECLI:NL:RVS:2017:860, 201604299/1/A3 (met annotatie van ing. W. Vos)

Inhoudsindicatie

Woonschepen, Handhavingsverzoek, Belanghebbende

Samenvatting

Ondanks dat appellante er belang bij heeft dat de gemeente handhavend optreedt tegen de eigenaar van een woonboot, kan zij niet als belanghebbende in de zin van de Awb worden aangemerkt.

Uitspraak

In december 2014 deelde het college aan appellante mee dat haar handhavingsverzoek niet in behandeling zou worden genomen. Het daartegen ingestelde bezwaar en beroep werd ongegrond verklaard.

Appellante heeft een woonboot in Aalst. In september 2014 diende zij bij het college een handhavingsverzoek in om de woonboot in Nederhemert-Zuid te verwijderen omdat deze naar haar mening onbewoonbaar is. Als toelichting op haar verzoek deelde appellante mee dat zij beschikt over een ligplaatsvergunning en dat zij door het college is gedwongen haar huidige ligplaats te verlaten. De ligplaats te Nederhemert-Zuid zou volgens haar een geschikt alternatief zijn voor haar huidige ligplaats.

Het college heeft het handhavingsverzoek niet in behandeling genomen omdat appellante niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 van de Awb kan worden aangemerkt. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de woonboot van appellante op een afstand van ongeveer vier kilometer van de woonboot in Nederhemert-Zuid ligt en dat zij geen zicht heeft op deze woonboot. Haar belang ziet vooral op het vrijkomen van deze ligplaats. Maar omdat er wellicht meer gegadigden zijn, is het in de toekomst toewijzen van de eventueel vrij te komen ligplaats zeer onzeker. Volgens het college heeft appellante daarom geen voldoende, objectief bepaalbaar, actueel, eigen en persoonlijk belang dat haar in voldoende mate onderscheidt van anderen. Verder heeft het college overwogen dat de woonboot van appelante niet voldoet aan de vereisten van het bestemmingsplan, zodat zij met haar woonboot hoe dan ook geen ligplaats kan innemen aan de locatie in Nederhemert-Zuid.

Appellante bestrijdt dat ze geen belanghebbende is. Zij voert daartoe aan dat zij wel degelijk een van anderen te onderscheiden belang heeft bij haar verzoek om handhaving. Volgens haar bestaat er geen wachtlijst voor gegadigden die de ligplaats in Nederhemert-Zuid willen innemen en is zij dus de eerste die in aanmerking komt voor een vrijkomende ligplaats. Zij heeft een rechtstreeks betrokken belang, omdat zij op grond van haar ligplaatsvergunning daar ligplaats kan innemen.

Artikel 1:2 lid 1 Awb luidt: “Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.” Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, moet een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

De Afdeling overweegt dat appellante op een afstand van ongeveer vier kilometer van de woonboot aan de locatie in Nederhemert-Zuid woont. Zij heeft vanaf haar perceel geen zicht op de woonboot. Gelet op de ruimtelijke uitstraling van de woonboot acht de Afdeling de genoemde afstand te groot om op basis daarvan een rechtstreeks bij het verzochte handhavingsbesluit betrokken belang te kunnen hebben, zodat zij niet op grond daarvan als belanghebbende kan worden aangemerkt. De door haar aangevoerde argumenten, dat zij over een ligplaatsvergunning beschikt, dat zij door het college is gedwongen haar huidige ligplaats te verlaten, dat de ligplaats in Nederhemert-Zuid een geschikt alternatief zou zijn en dat zij als eerste daarvoor in aanmerking komt, maken niet dat zij op basis daarvan als belanghebbende kan worden aangemerkt. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat de woonboot van appellante niet voldoet aan de planregels van het geldende bestemmingsplan, zodat het haar niet is toegestaan met haar woonboot daar ligplaats in te nemen. De rechtbank heeft dus terecht geoordeeld dat appellante geen belanghebbende is bij het verzochte handhavingsbesluit. Hieruit volgt dat het college het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk in plaats van ongegrond had moeten verklaren. Het hoger beroep is daarom gegrond en de aangevallen uitspraak dient de worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, verklaart de Afdeling het beroep gegrond, vernietigt het besluit op bezwaar en voorziet zelf in de zaak door het gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

Noot

Ondanks dat appellante er belang bij heeft dat de gemeente handhavend optreedt tegen de woonboot op de locatie in Nederhemert-Zuid, is zij formeel geen belanghebbende in de zin van de Awb. Zij is immers niet rechtstreeks bij een eventueel handhavingsbesluit betrokken. Daarom is het opmerkelijk dat de Afdeling bij haar oordeel laat meewegen dat de woonboot van appellante niet voldoet aan de planregels van het geldende bestemmingsplan, zodat het haar niet is toegestaan met haar woonboot daar ligplaats in te nemen. Als de gemeente haar de ligplaats toewijst mag zij immers met een andere woonboot, die wel aan de planregels voldoet, de ligplaats innemen.

ing. W. Vos, Wim Vos Advies

Terug naar overzicht