JV 2005/89, EHRM 04-02-2005, , 46827/99, 46951/99 (met annotatie van BPV)

Inhoudsindicatie

Onmenselijke behandeling, Voorlopige maatregel, Uitzetting, Fair trial, Turkije

Samenvatting

Twee Oezbeken dienden op 11 respectievelijk 22 maart 1999 een klacht in tegen Turkije bij het Europees Hof wegens dreigende schending van de art. 2, 3 en 6 EVRM. Tevens verzochten zij om een voorlopige voorziening ex art. 39 van de Rules of Procedure in verband met hun dreigende uitlevering aan Oezbekistan. Het Hof had Turkije gevraagd niet tot uitlevering over te gaan hangende het onderzoek door het Hof, welk verzoek Turkije negeerde en…

Terug naar overzicht