Kan koper beroep doen op financieringsbeding? (2008.20.2001)


V verkoopt zijn huis aan K. In de koopovereenkomst is een financieringsbeding opgenomen. Als K van één bank een afwijzing krijgt voor de financiering, beroept hij zich op de ontbindende voorwaarde. V vordert nakoming van de overeenkomst. K werkt vervolgens niet mee aan de eigendomsoverdracht, waarop V de overeenkomst ontbindt en een boete vordert.
De rechtbank wijst de vordering van V toe.
In hoger beroep oordeelt het hof dat vaststaat dat K geen hypothecaire geldlening of aanbod daartoe heeft verkregen. K kan dan de overeenkomst ontbinden mits tevens komt vast te staan dat hij al het redelijk mogelijke heeft gedaan om de financiering te verkrijgen. Er is sprake van een inspanningsverplichting van K jegens V. Volgens het hof heeft K geen toereikende feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie wettigen dat de door hem te verrichten inspanning (al aanstonds) beperkt kon blijven tot één financieringsaanvraag. Van K mocht worden verwacht dat hij een financieringsaanvraag bij meer dan één bank had ingediend. Voorts kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de redenen op grond waarvan de bank zijn financieringsaanvraag heeft afgewezen, reeds voldoende gegevens opleveren om te concluderen dat geen enkele andere bank een financieringsaanvraag van K zou honoreren.
Voor matiging van de te betalen boete is geen reden. Matiging is aan de orde indien de redelijkheid en billijkheid zulks eisen (art. 6:94 BW). Verkoop van het huis door V met winst is geen grond tot matiging.
Inzake de bewijslastverdeling geldt dat K moet bewijzen dat hij aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. V hoeft niet te bewijzen dat K zich niet voldoende zou hebben ingespannen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Hof Den Bosch; 6 november 2007; RN 2008; 13; LJN BB8449 (MvM)

Verder lezen