Kantonrechter Alkmaar 26-06-2002 (Schlingemann), JAR 2002, 226


Loon. Ontslag op staande voet. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 226.

De werkgever heeft de werknemer op 24 april 2001 op staande voet ontslagen omdat hij niet zou hebben voldaan aan de opdracht van de Arbo-arts om de werkzaamheden op therapeutische basis te hervatten. Ook zou hij werkzaamheden voor derden hebben verricht. De werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Namens hem vordert nu zijn bewindvoerder die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen is benoemd, doorbetaling van salaris tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden. Naar het oordeel van de kantonrechter houdt het ontslag, zelfs indien het zo zou zijn dat de Arbo-arts op 23 april 2001 de werknemer heeft opgedragen om passend werk te gaan verrichten, alleen daarom al geen stand omdat de werknemer onvoldoende gelegenheid heeft gekregen om deze instructie op te volgen. Verder zou het niet opvolgen van een dergelijke instructie geen ontslag op staande voet rechtvaardigen, maar hooguit een opschorting van de loonbetalingsverplichting als bedoeld in art. 7:629 lid 3 sub c BW. De werkgever kan dit niet alsnog doen, nu een werknemer hiervan op grond van lid 7 van art. 7:629 BW tijdig en van tevoren in kennis moet worden gesteld. Ten aanzien van het voor derden verrichtte werk overweegt de kantonrechter dat de werknemer onbetwist heeft gesteld dat hij een kennis vrijwillig hielp met het opzetten van strandhuisjes. Eén en ander betekent dat het ontslag niet rechtsgeldig is en de loonvordering van de bewindvoerder/werknemer toewijsbaar.

Terug naar overzicht