Kantonrechter Alkmaar 27-06-2002 (Vroom), Prg. 2002, 5893, JAR 2002, 171


Goed werknemerschap. Ontbinding gewichtige redenen (onoorbaar internetten). Privacy. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 171.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de werknemer - bijna 52 jaar oud, één jaar in dienst, salaris € 3.993,27 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en een voorwaardelijke 13e maand - zonder toekenning van een vergoeding. Hij stelt dat uit een onderzoek naar de stijging van telefoonen internetkosten is gebleken dat de werknemer een aantal malen heeft gesurft naar pornosites. Ook zou hij porno doorgestuurd hebben naar zijn ondergeschikte en naar zijn aanstaande schoonzoon die bij een cliënt van de werkgever werkte. De werknemer stelt dat de werkgever onrechtmatig inbreuk heeft gemaakt op zijn privacy door ongevraagd zijn e-mailberichten te controleren. De werkgever had geen richtlijnen inzake internet en e-mail. De werknemer is van mening dat de reactie van de werkgever buiten proportie is. Hij betwist pornosites te hebben bezocht en zegt alleen ontvangen mails te hebben doorgestuurd. De kantonrechter overweegt dat de werkgever het gebruik van e-mail, telefoon, internet etc. kan reguleren door richtlijnen vast te stellen c.q. bepaalde sites af te sluiten. De werkgever heeft dat niet gedaan. Dat neemt niet weg dat de werknemer bij privé-gebruik van deze zaken nochtans in strijd kan handelen met goed werknemerschap. Het is niet aannemelijk geworden dat het gebruik van het internet door de werknemer tijdens arbeidstijd dermate omvangrijk is geweest dat hij moest begrijpen dat hij de grenzen van een goed werknemerschap overschreed. Anders ligt dit met het doorsturen van pornografische e-mails naar zijn ondergeschikte van wie hij de mentor was, en naar zijn aanstaande schoonzoon die elders werkte en waardoor het risico ontstond op aantasting van de goede naam van de werkgever. Dit heeft geleid tot verstoring van de arbeidsrelatie waardoor ontbinding onontkoombaar is geworden. Deze verstoring is primair aan de werknemer toe te rekenen. Omdat niet is gebleken van enig financieel nadeel en de kring van degenen die met de porno is geconfronteerd, beperkt is gebleven, had de werkgever echter ook kunnen volstaan met een lichtere sanctie dan ontslag. Met betrekking tot de privacy van de werknemer overweegt de kantonrechter dat deze niet op onrechtmatige wijze is geschonden, omdat de werkgever goede redenen had voor het onderzoek en dit onderzoek niet omvangrijker is geweest dan het in redelijkheid had mogen zijn. Gezien de omstandigheden kent de kantonrechter aan de werknemer een vergoeding toe van € 4.313,-- bruto.

Terug naar overzicht