Kantonrechter Almelo 14-11-2002 (Van Eerden), Prg. 2003, 6008


Onderwijs. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling. Schorsing.

Een onderwijsstichting verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een 59-jarige directeur van een basisschool (26 jaar in dienst, salaris € 3.972,-- bruto per maand) op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De directeur, die ruim twee jaar ziek is geweest, weigert na herstel de functie van financieel manager bij een andere school te accepteren en blijft opteren voor zijn oude directeursfunctie. Binnen de organisatie zou er veel weerstand zijn tegen de benoeming van de werknemer als directeur van een nieuwe school. De werknemer verzet zich tegen de ontbinding en verzoekt ingeval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden een vergoeding gebaseerd op een correctiefactor 2. De kantonrechter overweegt dat gezien de zeer ernstig verstoorde vertrouwensrelatie de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden. Met betrekking tot de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de werknemer ruim 30 jaar, tot het moment van de fusie van twee scholen, uitstekend heeft gefunctioneerd. Zijn arbeidsongeschiktheid is werkgerelateerd. De kantonrechter heeft begrip voor het feit dat de werknemer en zijn echtgenote zich nog steeds met de feitelijke gang van zaken van "zijn" school bemoeien, ook al is hij daar niet meer aan verbonden, temeer daar hij pal naast de school woont. Het voortijdig afblazen van een gesprek onder leiding van een onafhankelijke mediator getuigt niet van goed werkgeverschap, temeer niet daar de werknemer zo'n lange en onberispelijke staat van dienst heeft. Rekening houdend met de BBWO-uitkering, die hoger is dan de WW-uitkering, kent de kantonrechter een vergoeding toe van € 120.000,-- bruto. Met betrekking tot de vordering van de werknemer tot tewerkstelling als directeur, overweegt de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst in stand blijft als de onderwijsstichting het verzoek intrekt. In dat geval heeft de werknemer een gerechtvaardigd belang bij werkhervatting en wel op 1 januari 2003, zodat er voldoende gelegenheid is om duidelijke afspraken te maken over die werkhervatting. De kantonrechter acht de beschikking ex art. 7:685 BW ingelast en wijst de voorlopige voorziening toe ingeval de onderwijsinstelling het verzoek intrekt. Het gevorderde smartengeld wijst de kantonrechter af.

Terug naar overzicht